Evenwichtssporten
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Evenwichtssporten

Evenwichtssporten kun je onder aangepaste condities tot je 75e blijven beoefenen. Dat loopt van aanvankelijk competitief-wedstrijdgericht tot geleidelijk meer recreatief belevingsgericht. De dominante motieven zijn: bewegen om te presteren, bewegen om de spanning en bewegen om het bewegen zelf. De inspanning kan matig intensief (optimaal) tot hoog intensief (maximaal) zijn. Bij alle hier genoemde sporten is de afstemming op maat goed mogelijk. Zie intro: coördinatieniveau 2.

Schaatsen doen we haast allemaal, als de winters maar streng genoeg zijn. Naar een kunstijsbaan gaan kan in de tussentijd ook. Langebaan schaatsen ligt na je 35e het meest voor de hand. Glijden kan een mens lang volhouden, zeker als je er jong mee bent begonnen. Datzelfde geldt voor snowboarden. Ben je daar voor je 35e mee begonnen, dan kun je er tot in de zestig mee doorgaan. Langlaufen en skiën kun je overigens ook op latere leeftijd leren. Onder ‘aangepaste condities’ sporten betekent dat je de inspanning ten aanzien van duur en tijd moet afstemmen op de eigen mogelijkheden. Het principe van voorwaartse snelheid krijgen bij het schaatsen, is het zijwaarts afzetten. Dat leer je met gewone schaatsen beter dan met klapschaatsen. Het is verstandig rekening te houden met het soort ijs waarop je gaat schaatsen. Als dat natuurijs is, dan is een iets dikker (1,1milimeter) en iets minder hard (60 tot 62 Rockwell) ijzer daarvoor geschikter dan een dunner (0,9 milimeter) en harder (65 Rockwell) ijzer.

 
Skeeleren en inline skating. De naam skeeleren hoor je alleen in Nederland. In Engelstalige landen wordt de term inline speed skating gehanteerd. Skeeleren is een alternatief voor schaatsen. Er wordt gebruik gemaakt van rolschaatsen met vijf wieltjes in lijn per schaats. Er kan aan toertochten of wedstrijden worden deelgenomen. Inlineskates hebben vier wielen en worden gebruikt voor fun skaten. Dat is meer bedoeld voor de oudere die zich nog tot ‘jong’ rekent. Het dragen van beschermende kleding, handschoenen en een hem, is bij het skeeleren en skaten aan te bevelen.
 
Langlaufen doe je in de sneeuw, maar het alternatief is de kunstskibaan of het lopende band skiën in een fitnesscentrum. De enkele keren dat hier voldoende sneeuw ligt, worden er direct tal van tochten georganiseerd. De afstanden bij wedstrijden voor vrouwen bedragen in het algemeen vijf, vijftien en dertig kilometer en voor mannen vijftien, dertig en vijftig kilometer. Daarnaast zijn er estafettes over respectievelijk 4x5 en 4x10 kilometer. Buiten wedstrijden om worden er zogenaamde volkslopen georganiseerd, variërend van twintig tot honderd kilometer. Verwant met het langlaufen is biatlon, een combinatie van langlaufen en schieten. De intensiteit en duur van het langlaufen worden gevarieerd door te kiezen voor heuvelachtig terrein of juist niet. Dit maakt het mogelijk om tot op hoge leeftijd deze sport actief te blijven beoefenen bijvoorbeeld in de vorm van skiwandelen. Net als langlaufen kent rolskiën de (a) klassieke techniek, waarbij je afzet met de stokken en de benen beweegt in de beweegrichting en (b) de schaatstechniek, waarbij de rolski's dwars of schuin op de beweegrichting worden afgezet, om snelheid te kunnen maken. Rolski’s hebben kleine harde wielen, en je hebt speciale schoenen nodig die je aan de teenkant vastklikt op de latten. De hakken zitten los. De vele geasfalteerde fietspaden bieden goede mogelijkheden om deze sport te beoefenen.