Ontwikkelingsonderzoek naar actieve leefstijlontwikkeling (ALO)
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Rapportage lokaal ontwikkelingsonderzoek 2009-2013 
- versie juni 2013. Bewerking: januari 2016.   

Lees- en fundamenteel c.q. planniveau 2.

Het lokale ontwikkelingsonderzoek is uitgevoerd in de periode van januari 2009 tot en met mei 2013. De opzet van dit onderzoek en van OLDACTION als ‘club’ en als ‘beweging’ is een voorbeeld van een lokaal ontwikkelingsonderzoek.
De opzet van het lokale en landelijke ontwikkelingsonderzoek treft u aan bij…
OA- Ontwikkelingsonderzoek 55-plus Sport & Leefstijl. Deel 1- Opzet tot 2010
OA- Ontwikkelingsonderzoek 55-plus Sport & Leefstijl. Deel 2- Opzet t/m 2016
De rapportage van OA als ‘club’ die landelijk werkt, treft u aan bij …..

OA- Ontwikkelingsstrategie 55-plus Sport & Leefstijl. Deel 3- Rapportage 2010 t/m 2016

1 De theorie
De theorie over 50-55-plus seniorensport is beschreven in ‘Sport op maat. Handreikingen voor een fysiek en mentaal actieve leefstijl van je 35e tot je 100e‘(2010) en over 50-55-plus actieve leefstijlontwikkeling in ‘Activo's doen het anders, op maat en zeker na hun 50e . Een praktische filosofie voor een fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling’ (2012). Ze vormen de regelreconstructie van het 50-55-plus sport- en leefstijlontwikkeling op basis van literatuuronderzoeken en eerdere ontwikkelingsonderzoeken.   

U treft de opzet hier boven aan. De basisverhalen in beide publicaties en de zich ontwikkelende sitetekst zullen op basis van verdere praktijktheoretische overwegingen en ervaringen steeds worden bijgesteld. Een versieaanduiding geeft de ‘actualiteit’ aan.
Het concept ‘Actief leren en onderwijzen’ is vanaf 1999 ontwikkeld en uitgemond in een proefschrift (2003)  ‘Krachtig’ opleiden van vakdocenten bewegingsonderwijs. Een onderzoek naar de effecten van een ‘krachtige’ leerwerkomgeving op de professionele ontwikkeling van Leraren in Opleiding. In ‘Actief leren onderwijzen’ (2005) vindt een didactische toepassing van activerende leeromgevingen in de Lichamelijke Opvoeding en de Sport plaats door een groep opleiders. In ‘Didactiek voor Sport en Bewegen’(2006) is een praktijktheorie ontwikkeld ten behoeve van scholen voor voortgezet onderwijs en in de sport. In ‘Voor applaus moet je het niet doen!’(2007) zijn een vijftal projecten beschreven naar meer activerende didactiek bij leren en opleiden. Hierover zijn in 2007 en 2008 meerdere publicaties verschenen in het vaktijdschrift ‘Lichamelijke Opvoeding’, in het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding (België) en op de Belgische site
www.sportsmedia.be .
Het concept is vertaald naar en toegepast op het gebied van seniorensport (SOM project) en actieve leefstijlontwikkeling (ALO project) voor vijftig-vijfenvijftig plussers. De aanduiding is nu: ‘Actief leven, leren en ontwikkelen’. ‘Sport op Maat’ maakt gebruik van een beschreven sportontwikkeling in ‘Ontwikkelen van het (beter) leren en sporten op school van 1970-2010’ (2009). Over seniorensport en actieve leefstijlontwikkeling is gepubliceerd in de ‘Lichamelijke Opvoeding´ (november 2012), OUDFIT (maart en september 2013), in Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding (België; november 2011), op de Belgische site
www.sportsmedia.nl  (februari en maart 2013) en in GERON, Tijdschrift voor ouderen & samenleving (maart 2013).


2 De ontwikkel- en onderzoeksgroep

Over vier jaar zijn 49 sportclubs voor vijftig plussers beoordeeld met in totaal 589 deelnemers, kartrekkers en coördinatoren. De studie- of ontwikkelclubs omvatten twee versies van een ‘Praat- en doe-café’. Het zijn cursussen waarvan de eerste versie bestond uit dertien en de tweede uit acht bijeenkomsten. Verder zijn drie studie-/ontwikkelclubs, eveneens als cursus, een jaar lang operationeel geweest. Maandelijks en acht keer per jaar zijn diverse thema’s met elkaar besproken. Tenslotte is er een Kenniscafé georganiseerd in zes maandelijkse bijeenkomsten met in samenstelling wisselende groepen deelnemers. Onderwerpen zijn actuele, sociaal maatschappelijke en wetenschappelijke problemen die deze doelgroep interesseert. In totaal zijn over drie jaar 11 studie-/ontwikkelclubs met in totaal 90 deelnemers beoordeeld.  
In de twee publicaties is de theorie beschreven. We spiegelen die theorie aan ervaringen in de praktijk van de 50+ sportclubs en studie- of ontwikkelclubs. We gaan na in hoeverre de deelnemers de activerende aanpak binnen clubs herkennen, als belangrijk erkennen ofwel er ‘betekenis of waarde’ aan toekennen. Een hermeneutische methode.

We krijgen daarvan een indruk uit: wat ze zeggen (een gesproken beeld), wat ze ervan vinden (een besproken beeld) en wat ze rapporteren dat ze ermee doen of ons in andere situaties laten zien? (een geleefd beeld). Dit alles voor binnen de context van de clubactiviteiten en de tijd. We vatten onze indrukken samen als: ‘allen, een meerderheid of een minderheid’ herkennen en erkennen de uitspraken of opvattingen. We signaleren ook als niemand hier iets over zegt, de non respons. Onze registratie is gebaseerd op gesprekken en observaties van deelnemers, kartrekkers en coördinatoren tijdens clubactiviteiten en in evaluaties. Met coördinatoren en ontwikkelaars-onderzoekers gebeurt dat ook in reflecties op het hele gebeuren. De taal is aan de theorie in beide publicaties gebonden. Ontwikkelaars- onderzoekers participeren in het onderzoek.           

 

3 Probleemstellingen van SOM en ALO

Bij WERKWIJZE op deze site is in de onderzoeksopzet de volgende probleemstelling omschreven … 
Hoe kunnen deelnemers aan 55-plus ontwikkelclubs op het gebied van werk, zorg, ontspanning (onder andere sportclubs) en ontwikkeling (Baars 2007), ‘voldoende of meer’ beleef, leer- en ontwikkelruimte voor zichzelf en elkaar creëren, om een fysiek en mentaal actieve leefstijl zo optimaal, op maat, zelfstandig/ zelfsturend en zelfverantwoordelijk, mogelijk te realiseren in een naar niveau gemengde club?

Welke kenmerken zijn voor activerende, op ontwikkelen gerichte omgevingen voor deze doelgroep, in het bijzonder van belang om inhoud (activiteit) en wijze van deelnemen (of taak) te optimaliseren?

Ons uitgangspunt is dat opvallende veranderingen in onze samenleving in de loop van de tijd, en naar verwachting in de toekomst, van invloed zijn op ons gedrag en opvattingen. Die invloed zal verschillen naar leeftijdsfase, generatie en persoon, maar veel ervaringen zullen gemeenschappelijk gedeeld zijn en worden en de vraag is welke dat vooral zijn.

Kernvraag in het algemeen: is de praktijktheorie/concept van ‘actief leven, sporten en ontwikkelen’ voldoende praktisch bruikbaar? En ontwikkelt, in de tijd gezien (van 2010 tot en met 2016), de sociale innovatie op het gebied van ‘55-plus Sport & Leefstijl’ zich in voldoende mate?


We willen weten in welke ontwikkelingsfase een ‘club’ zich bevindt en hoe betrokken of tevreden kartrekkers en deelnemers zijn. Dat mag op globale indrukken zijn gebaseerd. We proberen na te gaan of de kenmerken van ’55-plus Sport & Leefstijl’ door kartrekker en deelnemers worden herkend en als belangrijk voor het ‘beleven of ervaren’ worden erkend. Het schriftelijk of mondeling bevragen, het bespreken en soms het observeren van ‘clubs’ in zijn manieren om achter betekenissen van situaties door betrokkenen te komen. Toepassing zal variëren.
 

4 Resultaten SOM over optimaal Sporten op Maat
4.1 Activerende sportomgevingen

De bedoeling van activerende omgevingen in het algemeen is: door samenwerkend te leren en ontwikkelen het gedrag van deelnemers veranderen naar een meer zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen.

In algemene zin hebben deze omgevingen de volgende activerende kenmerken. Er is sprake van eigen keuzes van onderwerpen, thema’s, problemen waarmee iets wordt gedaan. Er wordt gestreefd naar het kiezen van aansprekende thema’s of inhouden en volgordes. Iedere deelnemer behandelt een voorkomend probleem op eigen niveau en op basis van eigen mogelijkheden of bekwaamheden. De ervaringen worden met anderen gedeeld en daaruit worden individuele conclusies en conclusies voor de groep van afgeleid. Er ontstaat maatwerk, een optimaal functioneren (ieder naar zijn of haar beste kunnen) en goed omgaan met onderlinge niveau- en interesseverschillen.
Centraal staat het zelfstandig verwerven, verwerken en bewerken van relevante kennis of kunde. De uitdagende, relatief complexe, zelf gekozen taken vereisen binnen de groep een  verdeling van taken. Daardoor ontstaat samenwerkend leren en ontwikkelen. Persoonlijk is de afwisseling in ervaring/beleving, kennis/leren en ontwikkeling/leren hoe te leren, van belang. Door de vrijheid van keuzes is een goede aansluiting mogelijk bij de eigen mogelijkheden, interesses en voorervaringen. De kartrekker in een groep is deelnemer, organisator en ‘playing captain’ tegelijk en speelt in dit proces een belangrijke aanmoedigende rol. Toegepast op 50-55-plus seniorensportclubs zijn de volgende kenmerken cruciaal.

 

-Het al ‘spelend’ sporten van een sportvorm krijgt de meeste nadruk. Het gaat om het vooral belevingsgericht sporten in onderlinge wedstrijden. Spel- en speelregels worden op de groep en/of individuele sporters afgestemd om het op individuele maat sporten mogelijk te maken. Het gaat vooral om het samen met plezier sporten ofwel het bewegen om het bewegen.

Sportvorm en (spel)leervorm wisselen elkaar naar behoefte af: van totaal (de sportvorm) – via deel (een spelvorm) - naar totaal. Per sportvorm worden spelregels (verplichte afspraken) en speelregels (vrijwillige afspraken) gemaakt. Ze zijn zowel bedoeld voor een groep, team als individuele sporter.
-De sporter, de medesporter en de kartrekker proberen oplossingen te zoeken voor iemands sportproblemen. Zo ontstaat een vorm van samenwerkend leren. Oplossingen van problemen hangen af van het eigen sportniveau, conditieniveau en/of gewenste manier van sporten bijvoorbeeld ‘willen bewegen om het bewegen’. Het goed omgaan met verschillen is al doende te leren. Ongeacht leeftijd, man en vrouw, gevorderde en beginner, valide en minder valide, met een goede en matige conditie, is het verantwoord samen te sporten
-De meeste sporters willen optimaal sporten en zich matig intensief belasten. Fysiek en mentaal gezien gaat het vooral om coördinatieontwikkeling. Optimaal is op driekwart van het persoonlijk maximaal haalbare vermogen of niveau. 
-De kartrekker en medesporter stellen zich begeleidend, probleemgestuurd en al vragend op. Beleven, leren en ontwikkelen herhaalt zich in een vast leer- en ontwikkelingspatroon van: ervaren van een sport(eind)vorm, aandacht voor wat je wilt leren aan vaardigheden en  een ‘leren hoe te leren’. Voor dat laatste pas je (didactische) schema’s, werkpatronen of vuistregels toe die jezelf eerder bij het leren van iets ook al heb gebruikt.  

In ‘Sport op maat’(2010) en op deze site wordt de keuze van sportvormen en de methode van het op maat en optimaal sporten nader beschreven. Een actueel 50-55-plus sportprogramma is op dezelfde site te vinden bij VOORBEELD CLUBVORMING. Onderzoeksresultaten zijn intern in verslagen verwerkt. Het SOM-project is in mei 2013  afgerond. Vervolgonderzoek op andere locaties is nog niet gepland. Bijzondere of andere ervaringen die hierna nog nieuwe of aanvullende informatie opleveren worden gesignaleerd en op de site verwerkt.  Deelname aan een werkgroep ‘seniorensport’ op de NISB-Beweegnetwerksite biedt mogelijkheden ideeën uit te wisselen en door het raadplegen van de OLDACTION site.  

 

4.2 Betekenissen of ervaringen van betrokkenen bij sportclubs

In gerichte individuele en groepsgesprekken plus observaties zijn de ‘betekenissen’ van de vijftig plus sporters geduid naar onderstaande categorieën van uitspraken of opvattingen. Met kartrekkers zijn evaluatieve gesprekken gevoerd.

 

Wat vinden allen?

-Sporten is nu veelzijdig en veelvormig en naast competitief-wedstrijdgericht vooral ook recreatief-belevingsgericht te beoefenen.

-Het alleen en samen op maat en optimaal (matig intensief= op driekwart van je vermogen) sporten is ideaal.

-Het goed omgaan met elkaars verschillen (in sportniveau, conditieniveau en interesse), het samen regelen van het onderling en belevingsgericht sporten, stimuleert het meer op elkaar afgestemd functioneren als groep of team.

-Zelf en samen sportproblemen oplossen, het samen veranderen van sportregels en sportvormen, motiveert het samen sporten.

-De rol van kartrekker is cruciaal. Het geeft een voorbeeld hoe het regelen, beleven en ontwikkelen van sportgedrag is te optimaliseren. Kenmerkend is het begeleidend sporten en de probleemgestuurde aanpak, het zelfstandig oplossen van sportproblemen.

 

Wat vind een meerderheid?

-Voor het elkaar coachen is elementaire didactische kennis van een sportvorm nodig. Die kennis kun je al doende van elkaar verwerven.

-De keuze voor een sportvorm is op de eerste plaats ‘kiezen van een plezierige activiteit’. Op de tweede plaats is van belang in welke mate de sportvorm coördinatie en – zo mogelijk - uithoudingsvermogen bevordert.

-Het samen sporten van: mannen en vrouwen, beginners en gevorderden, met en zonder conditie, van gezonde sporters en sporters met fysieke beperkingen vereist een sterk groeps- en verantwoordelijkheidsgevoel. Niet iedereen kan of wil dat. Dat moet dan worden gerespecteerd, maar ook wel bespreekbaar worden gemaakt.

 

Wat vind een minderheid?  

-De nieuwe generatie senioren wil ‘anders’ ouder worden. Ze heeft relatief veel sportervaring in het verleden opgedaan en wil over het algemeen ook in de toekomst meer sport- en ontwikkelingsgericht bezig zijn.  

-Het zelf leren en ontwikkelen van een sportvorm verloopt al doende en indirect en vereist een gezamenlijke bereidheid of sfeer om zo te werken.  

-Samenwerkend leren en ontwikkelen als groep is belangrijk, vereist de nodige tijd en voldoet aan meerdere kenmerken.

 

Welke verwachte antwoorden ontbreken?

-Alle deelnemers hebben een actieve leefstijl. Een generatieonderscheid in handelen, denken, voelen en waarderen op sportgebied is bij deze actievelingen niet te constateren.

-Op voorhand vraagt de nieuwe generatie niet om  het ‘anders sporten’. Een activerende opzet en aanpak is immers onbekend. Enthousiasme ontstaat pas als die ervaring daadwerkelijk wordt opgedaan.  

 

5 Conclusies inzake eerste probleemstelling

Vanaf 2010 tot heden zijn in totaal 49 plaatselijke sportclubs en 18 culturele clubs voor vijftig plussers, jaarlijks op de mate van hun activerend ontwikkelingsvermogen onderzocht. Ongeveer een op de twee clubs heeft een voldoende activerende omgeving en bevordert zowel het beleven van de deelnemers als het leren en ontwikkelen. ‘Voldoende’ houdt in: alle kenmerken van SOM zijn in voldoende mate aanwezig. De mate waarin omgevingen activerend zijn, hangt van kartrekkers en/of deelnemers zelf af. De invloed van kartrekkers op het ontwikkelingsproces is het grootst. Leraren lichamelijke opvoeding zijn bij sportclubs door hun professie of beroepservaring het beste in staat aanbod en aanpak op maat en optimaal te maken. Dat is ook het geval bij het door hun begeleiden van kartrekkers en deelnemers.

Bij voldoende activerende clubs herkennen drie op de vijf deelnemers de activerende kenmerken in hun situatie, erkennen die ook als ‘belangrijk’ en ervaren daardoor zelf voldoende leer- en ontwikkelingsresultaat.
Bij alle clubs neemt het activerende karakter in de loop van de tijd (jaarlijks) toe. Het vooraf deelnemen aan een ‘internetcursus Actieve Leefstijlontwikkeling en Seniorensport voor vijftigplussers’ op maat (er zijn verschillende niveaus aangegeven) stimuleert het benutten van deze aanpak. De belangstelling voor met name de 50-55-plus sportclubs groeit. Van 91 deelnemers inclusief tien kartrekkers in 2010 naar 243 deelnemers inclusief negentien kartrekkers in 2013.
Sport- en culturele clubs zijn vanaf 2010 operationeel. Het huidige aanbod is te vinden op
www.stichtingpinel.nl/mensenwerk/leefstijlontwikkeling 50-55+. Kartrekkers en coördinatoren zijn vrijwilligers, die onder de vlag van een lokale Welzijnsstichting het aanbod vorm en inhoud geven. 

 

6 Resultaten ALO over actieve leefstijlontwikkeling

6.1 Activerende studie- c.q. ontwikkelomgevingen

Activerende ontwikkelomgevingen in 50+ clubs, zoals praat- en doe- of kennis-café’s en studie- of ontwikkelclubs hebben op basis van eerder onderzoek de volgende dominante kenmerken.  

 

-Samenwerkend leren betekent: werken aan een realistische, uitdagende en complexe taak bijvoorbeeld  ‘het samen ontwikkelen van een eigen actieve leefstijl’ in een aanpak die afwisselend de nadruk legt op beleven/ervaren of het verslag doen daarvan, leren/verbeteren en leren hoe te leren. Deelnemers worden aangesproken op hun kwaliteiten en interesses.

-Een groep heeft een gemeenschappelijk doel en taak, waaraan gedurende een bepaalde periode wordt gewerkt. Zoekprocessen worden door de gegeven taak en de aanwijzingen van de kartrekker gestuurd. Het expliciteren van ieders opvattingen op een bepaald gebied, is het kerndoel van elke bijeenkomst.

-De samenstelling van de groep, de werkwijze en de onderwerpen of activiteiten vormen samen een geheel of totaalplaatje en dat totaal bepaalt uiteindelijk het effect. Uitgangspunt is de ervaring of beleving van een deelnemer. Vervolgens wordt geprobeerd leerervaringen te realiseren die met behulp van schema’s, werkpatronen en/of vuistregels in praktijk wordt gebracht. Een taakverdeling op basis van niveau is aan te bevelen.

-Leerervaringen worden gedeeld. De kartrekker probeert als begeleider het meer gewenste of ideale gedrag zowel in theorie als praktijk te tonen en toe te lichten.

-Deelnemers hebben speelruimte bij de uitvoering van hun taak. Het met elkaar bespreken of consulteren bevordert het samenwerkend leren en geeft diepgang aan het overleg. Reflectie of evaluatie op het verloop en resultaat vindt regelmatig plaats.  

-Het meer zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen in een bijeenkomst of cursus is te bereiken als de groep daarbij als geheel actief mee ontwikkelend wordt betrokken. De grootte van een groep is daarom bij voorkeur acht tot twaalf deelnemers. Het bevordert wederzijdse afhankelijkheid en gelijkwaardigheid bij een gemeenschappelijk groepsdoel. 

 

Veel en zo mogelijk dagelijks bewegen en sporten naast veel leren en ontwikkelen zijn de twee pijlers voor de actieve leefstijl van de nieuwe generatie senioren: geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig. Toen, nu en straks.
In ‘Activo's doen het anders, op maat en zeker na hun 50e (2012) wordt een aanzet gegeven om die leefstijl op maat en optimaal te praktiseren. Op deze site worden bij ACTIEVE LEEFSTIJL daarvan voorbeelden gegeven.
Onderzoeksresultaten zijn intern in verslagen en evaluaties verwerkt. Het ALO-project is in Ermelo in mei 2013 afgerond. Vervolgonderzoek op andere locaties is nog niet gepland.

Bijzondere of andere ervaringen die nieuwe of aanvullende informatie opleveren worden gesignaleerd en verder op de site verwerkt. Door deel te nemen aan een werkgroep ‘seniorensport en actieve leefstijlontwikkeling’ op de NISB-Beweegnetwerksite kunt u ideeën hierover uitwisselen en door deze OLDACTION site te raadplegen. 

 

6.2 Betekenissen of ervaringen van betrokkenen bij studie- of ontwikkelclubs

Met vijftig plus deelnemers, kartrekkers en coördinatoren aan studie- of ontwikkelclubs zijn individuele en groepsgesprekken gevoerd. Met kartrekkers-coördinatoren zijn evaluatieve gesprekken gevoerd. Uitspraken of ‘betekenissen’ zijn geduid naar de mate waarin ze worden gedaan. Hiervoor is de taal van de theorie gebruikt.    

 

Wat vinden allen?

-We onderschrijven het belang van een fysiek en mentaal actieve, gezonde en zinvolle leefstijl voor ons bestaan, nu en in de toekomst. 
-We onderschrijven de verschillende aspecten van Actief, Gezond en Zinvol leven die aansluiten op onze interesses en ervaringen en bijdragen aan een positief gevoel en een zoveel mogelijk in balans zijnde tijdbesteding.

-We staan ‘midden in de samenleving’ en willen dat zo lang mogelijk blijven doen. We zijn actief op het gebied van werk, zorg en ontspanning. Het is de kunst om gevarieerde taken en activiteiten voldoende aandacht te geven. Win het gisteren terug, geniet van vandaag en wees meester over morgen ofwel kijk naar het positieve van het verleden, pluk de dag en ontwikkel je toekomst.

-Ouder worden kent vele positieve kanten (zoals: langer en gezonder leven!), maar ook negatieve kanten (verlies, achteruitgang in mobiliteit) die we moeten leren accepteren en relativeren en het een plaats geven.

-We vinden het belangrijk ontwikkelingen in de samenleving te signaleren, daarover opvattingen te vormen en de betekenis ervan voor ons bestaan te taxeren. We nuanceren opvattingen door ook die van anderen te horen.

 

Wat vind een meerderheid?

-We worden nu ‘anders’ ouder en hebben een ‘andere’ toekomst dan de generatie voor en na ons. 

-We vinden werk vooral belangrijk voor onze bestaanszekerheid (alleen vóór pensionering) en behoud van een maatschappelijke functie, netwerk en/of status. We werken ook na onze pensionering om onszelf bezig te houden en liefst zonder al te veel verplichtingen en ongeacht de aard van het werk.

-Voor ons heeft alleen een menswaardig (autonoom, onafhankelijk, zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk) leven voldoende kwaliteit in de zin van fysieke en mentale ontplooiing.

-Maatschappelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de sterke kostenstijging in de zorg beïnvloeden het beleid van de overheid en ons gedrag op lokaal niveau. Ook op lokaal niveau kun je bijdragen aan het beheersen of (deels) oplossen van problemen. Die bijdrage kan per generatie verschillen.

-Thema’s, inhouden of activiteiten in ontwikkelclubs sluiten aan op onze interesses, kennis of ervaringen. We leren ervan. Een ontwikkelomgeving als veilige omgeving activeert en stimuleert ons samenwerkend leren.   

-We zijn op vele gebieden actief. Activiteiten of taken die we kiezen geven ons plezier of genoegen, maar zijn zo mogelijk ook van (grote) waarde voor anderen.  

-Ontwikkeling is vooral het verwerven van kennis of -kunde op het gebied van werk, zorg of ontspanning. Het is verbreden en verdiepen van kennis op bepaalde gebieden.  

 

Wat vind een minderheid?

-We regelen ons eigen gezonde gevoel (care) en delen samen met anderen ervaringen over ‘hoe’ dat optimaal is te realiseren. We regelen zelf onze behandelmogelijkheden (cure) in bijvoorbeeld de medische zorg.    

-Ontwikkeling blijkt uit praktisch toepassingen. Ontwikkeling is op zich van waarde en kan betrekking hebben op het gebied van werk, zorg en ontspanning. Samenwerkend leren en ontwikkelen is in een club, netwerk of leefgemeenschap een optimale omgeving.

-Actieve levenskunst is voor ons: het hebben van een actieve, gezonde en zinvolle leefstijl op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling; het ondernemend ‘midden in de samenleving’ willen (blijven) staan; een voortdurend streven naar ontwikkeling van kennis en kunde op een bepaald gebied, waarbij je investeert in jezelf, in de relaties met anderen, in omgevingen en in het inspireren van anderen.

-We zijn op vele gebieden actief die ons plezier of genoegen geven. We zijn daarnaast bereid verplichtingen en verantwoordelijken op ons te nemen. Ook na onze pensionering willen we blijven werken om deel te blijven uitmaken van netwerken. De aard van het werk en de werkomgeving zijn belangrijk. Vinden van werk dat ons boeit en op ons niveau is, is vaak moeilijk.

-We zien ervaren, leren en ontwikkelen als eenheid. Het beïnvloedt zowel ons denken, voelen, handelen en waarderen op zich en in samenhang. Het op maat en optimaal functioneren vinden we belangrijk.

 

Welke verwachte responsen ontbreken?

-Alle deelnemers leven actief en ondernemend. Een generatieonderscheid op dit gebied in handelen, denken, voelen en waarderen is niet geconstateerd. 

-Omgevingen kunnen we ontwerpen of veranderen om meer op maat en optimaal te kunnen functioneren of ons daaraan aan te passen.

-Generatiegenoten zullen meer solidair met elkaar moeten zijn, om samen de problemen van onze tijd op concreet en lokaal niveau op te lossen zoals bij de zorg.

-Werk na onze pensionering is vooral van belang voor onze persoonlijke en maatschappelijke ontplooiing.

-Voor optimaal geestelijk ontwikkelen is de mentale coördinatie in de zin van strategisch handelen of het ontwikkelen van visie binnen omgevingen en voor ons functioneren van groot belang.

 

7 Conclusies inzake tweede probleemstelling
Van alle 50-plus studie- en ontwikkelclubs zijn drie van de vijf clubs te typeren als ‘activerend’. Ze tonen de meeste kenmerken in (meer dan) voldoende mate. Clubs ontwikkelen zich op dit punt jaarlijks. Betrokkenen herkennen de kenmerken en erkennen  het belang ervan. De overige twee van de vijf clubs zijn deels activerend. Er ontbreken enkele kenmerken. De aanpak ‘beleven -  leren – ontwikkelen’ wordt bij alle clubs op hoofdlijnen toegepast. Het dit ‘herkennen’ en ‘erkennen’ is beperkt. Onderlinge coaching komt niet voor. 

In het algemeen zijn de deelnemers tevreden tot zeer tevreden over opzet en aanpak. Het voorbeeld van de kartrekkers is voor de implementatie van de aanpak van groot belang. Onderlinge niveauverschillen in groepen zijn soms groot en vereisen ook hier een naar niveau gedifferentieerde invulling en aanpak. 

Kartrekkers en coördinatoren scholen zich al doende, maar nog meer door het volgen van een cursus en het aan de hand van een leidraad ontwerpen en uitvoeren van een project of activiteitenplan gericht perspectieven op de samenleving, gezond voelen en zinvol handelen bij het ouder worden. Ook hierbij is maatwerk nodig.  

De belangstelling voor het in een club of netwerk ontwikkelen van een actieve leefstijl is voldoende aanwezig en zal naar verwachting in de komende jaren groeien. 
Op basis van het uitgevoerde ontwikkelingsonderzoek en onze tweede probleemstelling, hebben we meer zicht gekregen op opzet en aanpak van 50-55-plus actieve leefstijlontwikkeling voor de nieuwe generatie senioren. De clubs zijn bedoeld voor deze categorie. Ze zullen door hen worden opgezet en samen worden uitgevoerd.