Kerntekst 2/1. Over levenslange fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Fysiek, sociaal én mentaal actief leven!  

Kernartikel 2 (versie juli 2018)    


Samenvatting
. De nieuwe generatie senioren – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig – is door de dynamiek in de samenleving gebaat bij actief en ondernemend gedrag. Daarvoor is een optimale  fysiek, sociaal en mentaal actieve leefstijl – dus afgestemd op de eigen mogelijkheden en die van de omgeving waarin je functioneert - aan te bevelen. Met een houding van: een sterk sociale betrokkenheid, creatief, empathisch, zelfbewust en bereid veel van het leven te maken.
De pijlers van die leefstijl zijn: (1) veel bewegen-sporten-initiatief nemen én (2) optimaal leren en ontwikkelen van jezelf, in de relaties met en het inspireren van anderen, van de omgeving. Optimaal participeren en ervaren gebeurt  in ‘clubs, netwerken of leefgemeenschappen’. Een ontwikkelingsmodel geeft een handvat.

Lees- en fundamenteel/planniveau 1 & 2 voor de 55-plusser, kartrekker, coördinator, leefstijlcoach en/of 55-plusser.

 

Technologisch-maatschappelijk ontwikkeling en de menselijke evolutie

Persoon/natuur en omgeving/cultuur zijn nauw op elkaar betrokken. De evolutie van de mens is immers biologisch én cultureel bepaald. “’Omgeving’ betekent hier: cultuur, samenleving, opvoeding, leefwijze, sociaal milieu en toeval. Iets waaraan we ons niet kunnen onttrekken. Cultuur én natuur determineren basaal (‘voor twintig procent’) – via onze memen en genen - wie we zijn en wat en hoe we iets doen. Maar we geven zelf daaraan verder invulling” (Crevits, 2016, p.54).

We leren van … en ontwikkelen ons door …maatschappelijk-politieke en wetenschappelijke ontwikkelingen. ‘Homo Deus’ (Harari, 2015) schetst zo‘n ontwikkelingsperspectief. De mens beheerst nu de aarde en is in de toekomst, door samenwerking en door de ontwikkeling van ‘kunstmatige intelligentie’ en digitale dataverwerking, tot meer maakbaarheid in staat. Dit sluit aan bij de ‘evolutie van homo erectus, via homo sapiens naar homo deus’. Het verlangen van de mens in de eenentwintigste eeuw is gericht op het oplossen van problemen als: 1 onsterfelijkheid ofwel een langer leven in goede gezondheid; 2 wereldwijd geluk of eeuwig genieten; 3 goddelijkheid of het upgraden van lichaam en geest' (p.32). Kanttekeningen hierbij zijn (p.67-68): de meesten doen er niet aan mee; het is een historische en geen politieke voorspelling; streven om de dood te overwinnen is iets anders dan het bereiken ervan; over ontwikkelingsrichtingen moeten we discussiëren om gezamenlijk gedragen keuzes te maken. Maar hoe dan ook zal alles op relatief korte termijn veranderen.

Om daar een ‘speler’ in te blijven is een actieve ondernemende leefstijl aan te bevelen. Daardoor kunnen we ons, alleen én samen, een leven lang blijven ontwikkelen. Het punt is volgens Harari bereikt dat de mens natuurlijke selectie gaat vervangen door 'intelligent design'. We leven steeds meer in zowel een objectieve, subjectieve (met persoonlijke opvattingen en gevoelens) als intersubjectieve werkelijkheid (met communicatie tussen grote groepen mensen). Het vormt de nieuwe fundamenten voor menselijke samenlevingen gebaseerd op objectieve en (inter)subjectieve wetenschappelijke en praktijkgerichte (consensus)theorieën. Dit verhoogt ons kennisniveau en vervangt uiteindelijk mythen, religies en politieke systemen of ideologieën. Produceren van kennis door de mens als gemeenschap “maakt de wetenschappelijke weg naar vooruitgang vrij”(p.223). Het leidt tot begrip van de samenhang van mentale, sociale en fysieke ervaringen én interacties met de omgeving c.q. de wereld” (Crevits, 2016, p.151). Persoonlijke ontwikkeling is gebaat bij een actieve leefstijl gericht op investeren in jezelf, in de relaties met … en het inspireren van anderen én het investeren in omgevingen (SCP, 2006b; 2010b;  Westendorp, 2014, p. 238, 239; Westendorp & van Bodegom, 2015). Twee processen spelen hierin een belangrijke rol:
-de ontwikkeling van je dagelijks handelen op specifieke gebieden (werk, zorg, …) én

-een ontwikkeling van visie in het algemeen en op deelgebieden van de samenleving en de zich ontwikkelende rol van jou als persoon daarin!

Kennis neemt steeds sneller toe, wordt omvangrijker en diepgaander en zorgt voor verandereingen in onze omgeving. Hoe beter we de geschiedenis van onze samenleving begrijpen, hoe beter we ook de steeds sneller verlopende economische, politieke en sociale veranderingen begrijpen en zelf kunnen benutten. Juist de oudere mens beschikt over de (levens)ervaring om ontwikkelingen op waarde te kunnen schatten. Ons zelfbewustzijn en het vermogen te beschikken over een verleden, heden en toekomst biedt ons die mogelijkheden.
Ontwikkelen verloopt zowel lineair, op korte termijn (‘we verbeteren iets’) als cyclisch, op de lange termijn (‘na bloei komt verval’) (van Bavel, 2018; p.45-46). Ontwikkelen vindt daarnaast op verschillende niveaus plaats: in omvang of geldigheid op macro-, meso- en microniveau óf in mate van abstractie op praktijk-, plan- en fundamenteel niveau

 

De pijlers: optimaal bewegen & sporten én leren & ontwikkelen!

Het is een kunst om – een leven lang -  actief, gezond en zinvol te leven. ‘Actief zijn’ betekent ondernemen, initiatief nemen. ‘Gezond willen leven’ betekent streven naar gezond gedrag en je ook gezond voelen. Het is ‘zinvol’ om in elke fase van je leven taken en activiteiten doen op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (sport, kunst en cultuur) en ontwikkeling (Baars, 2007). De inhoud en omvang hiervan is in elke fase per gebied en tussen gebieden weer anders. Het is (levens)kunst om daarin steeds in elke levensfase een balans te vinden tussen tijdbesteding, -beleving en verdeling van taken. Een projectmatige aanpak draagt bij aan continuïteit en effectiviteit. Het geeft over- én inzicht in wat er in een bepaalde fase écht toe doet (Zimbardo & Boyd, 2009). En…je blijft er ‘midden in de samenleving’ mee staan (Timmers, 2012; Westendorp, 2014). Het kan zover gaan, dat je zelf wilt beslissen hoe en wanneer je je bestaan hier wilt beëindigen (Chabot, 2017).
Onze samenleving is dynamisch, er gebeurt veel en er zijn altijd ontwikkelingen die ons in meer of mindere mate beïnvloeden (SCP, 2006a; Timmers 2012). Dat vraagt om een voortdurende positiebepaling en het (her)waarderen van de eigen én gezamenlijke - ofwel generatiegebonden - opvattingen.
Actief leven doe je op vele fronten, zo mogelijk optimaal en afgestemd op de eigen fysieke, sociale en mentale mogelijkheden. Voor elke generatie ligt dat ‘anders’. We onderscheiden: de oude of vooroorlogse (de 85-plussers), de nieuwe (de 55 tot 75 jarigen / geboren in de jaren veertig, vijftig of begin zestig) of de toekomstige generatie (de nu 35 tot 55-jarigen). Elke generatie heeft een eigen en kenmerkende leefstijl én bepaalde ‘gedeelde opvattingen’. Deze vormen een min of meer geëxpliciteerd en gesystematiseerd zingevingskader van (delen van) het bestaan (Derkx, 2011, p.76).

Het ‘leren en ontwikkelen’ speelt in het ‘actief leven, sporten en ontwikkelen’ een centrale rol. De basis voor dat ontwikkelen is motorisch, cognitief, sociaal-affectief leren én een ‘leren hoe te leren of leren hoe je anderen iets kunt leren’ nodig (Caluwé & Vermaak, 2002). Het fysiek-motorisch en mentaal-sociaal coördineren spelen in samenhang een rol bij het realiseren van een ‘totaalplaatje’ van een activiteit of taak, zoals bij je ‘functioneren als mantelzorger’ of ‘functioneren als volleyballer’. Je ontwikkelt op dat gebied je kwaliteit van leven en identiteit. De identiteit is gebaseerd op het creëren van een zelf-, omgevings- en ontwikkelingsbesef door actieve deelname - in de zin van samenwerkend beleven, leren en ontwikkelen - aan vele, verschillende clubs, groepen, netwerken en/of leefgemeenschappen (Verkuylen, 2010). Dat zie je terug in het volgende totaalplaatje aan (de hierna onderstreepte) opvattingen bij de clubvorming van de 55-plusser …..

’We geven in elke levensfase ruimte aan het fysiek en mentaal actief en ondernemend zijn op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (bv. sporten) en ontwikkeling. We dragen bij aan een evenwichtige tijdbesteding en beleving en bieden vele sociale contacten met - onder andere - generatiegenoten in clubs, netwerken of leefgemeenschappen. De hiermee samenhangende taken en activiteiten zijn afgestemd op de individuele mogelijkheden van mensen (op maat). Clubs geven alle ruimte aan  beleven, leren en – op de langere termijn  - ontwikkelen. We begeleiden en/of coachen elkaar opdat optimaal presteren en participeren mogelijk is. Dit motiveert en een of meerdere kartrekkers stimuleert/stimuleren ons daarbij. Als groep regelen en ontwikkelen we alles zelf. Door takenverdeling zorgen we voor gelijkwaardige inbreng en deelname van iedereen. Met interesses en mogelijkheden van elkaar wordt rekening gehouden. We proberen tot  een samenwerkend leren en ontwikkelen in de regelmatige ontmoetingen/bijeenkomsten te komen. Optimaal participeren doet een beroep op je (motorisch) doelgericht en (cognitief) strategisch handelen en vereist een brede of allround ontwikkeling. Dit alles doen we in een ‘gemengde’ 55-plus club, waaraan iedereen optimaal kan deelnemen: mannen en vrouwen, met verschillen in kennis of ervaring en met goede en matige basismogelijkheden. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving’. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving.

 

De (nieuwe) generatie beseft dat vele ontwikkelingen – zorg, klimaat, duurzaamheid - in de toekomst andere perspectieven en keuzes vereist. Die zijn het beste ‘lokaal/regionaal’ en met elkaar samen te regelen en ontwikkelen (Rotmans, 2012; 2015 en Verhaeghe, 2015). Een ’55-plus club’ geeft immer meer status dan individuele actie. Gezamenlijke interesse en levenservaring is de bindende factor.
De nieuwe generatie is gemiddeld beter opgeleid dan de vooroorlogse generatie. Het samen regelen, leren en ontwikkelen is in zo’n situatie beter haalbaar, hoewel er zeker onderlinge verschillen zullen zijn. Zo vormen zich verenigingen/stichtingen en private ‘clubs’, formele en informele, non-profit ‘55-plus’ sportclubs, studie- of ontwikkelclubs (praat- en doe- of ‘kenniscafé’s’), hobby- of culturele clubs (toneel of musical, zang of muziek en schilderclubs) en reisclubs. Gemeentes en welzijnsorganisaties zouden deze clubvorming kunnen faciliteren en op z’n minst een ‘informatieloket’ bieden om zich bekend te maken en deelnemers te werven (Timmers, 2010 & 2012).
De sociale ontwikkeling van de mens is nu, volgens Cornelis (1998), in de laatste fase van communicatieve zelfsturing. Een fase met een meer omgevingsgericht functioneren waarin het niet primair om ‘meer bezit hebben’ gaat , maar om het leiden van een beter leven, creatief’ ontwikkelen en meer zelfstandig, zelfsturend, zelfverantwoordelijk leren handelen. Daar past clubvorming dus uitstekend bij.

 

Actief, gezond en zinvol ouder worden vraagt om periodieke reflectie

Voor ‘goed’ oud worden is de ontwikkeling van mens én omgeving in samenhang wenselijk (Baardwijk & Rosmolen, 2015; Crevits, 2016; Timmers, 2012 en 2016). Actief leven past bij de constructieve oudere, die positief in het leven staat, sterk betrokken is bij de samenleving én “een levensvervulling heeft die tot persoonlijke tevredenheid stemt” (Baardwijk et al, 2015, p.17). “We organiseren ons leven  ‘in de breedte’ door in elke levensfase zorg, werk, ontspanning en ontwikkeling te combineren” (p.21). De nieuwe generatie is voorstander van een fysiek, mentaal en sociaal actieve leefstijl, die ‘gezond en zinvol’ is én een – op elk moment - optimaal presteren mogelijk maakt (Ester et al, 2008; Goldberg, 2009; Houben, 2009; Timmers, 2010; 2012; van der Zee, 2012). Niet om ‘eeuwig jong te willen zijn’, maar juist om zo ‘zinvol’ mogelijk en optimaal aan de samenleving bij te dragen. ‘Active ageing’ dus. Jezelf testen op het vermogen tot loslaten, afstand kunnen doen en groeien in afhankelijkheid kan daarvan onderdeel zijn (Baardwijk & Rosmolen, 2015, p.40).
Hoewel het ‘niet meer moeten’ soms met ouder worden samengaat, zal dat toch niet het doel van de rest van je leven hoeven te zijn. Van buitenaf is dat vaak een verwachting, maar voor jezelf is dat niet zinvol. Belangrijk is het vermogen tot denken, handelen, voelen en waarderen tot het einde van je leven te blijven ontwikkelen.
Regelmatige reflectie op het bestaan, geeft behalve zelfinzicht ook groei in het zien van perspectieven. ‘Beschouwelijkheid’ groeit bij het ouder worden. “Als je niet meer kan werken, dan komt het geluk van het zien” (p.38). Daarbij helpt het schrijven of vertellen van ‘verhalen’ over het wat, hoe en waarom je iets doet of gedaan hebt (Korthagen, 2002). Het waarderen of betekenis toekennen aan ervaringen, gebeurtenissen en ontwikkelingen, maakt je bewust van het gedrag van jezelf, van anderen én van de opvattingen daarover. Je perspectief op verleden, heden en toekomst en de specifieke of algemene ontwikkeling(en) worden scherper. ‘Specifiek’ zijn persoonlijke ontwikkelingen op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling in de verschillende fasen van je leven. ‘Algemeen’ is je ‘visie en missie’ op … delen van je bestaan en de samenhang daartussen. Zoals onze invulling van de sociale innovatie van de 55-plusser op het gebied van actieve leefstijl en die van jouw. In ‘verhalen’ koppel je de eigen identiteitsontwikkeling aan gemeenschappelijke sociaal-culturele processen in je omgeving. Verhalen zijn ‘life reviews’ en geven - samen met een biografie een invulling aan de persoonlijke levensgeschiedenis in relatie met die van je generatiegenoten in een bepaalde tijd (Westerhof & Bohlmeijer, 2010, p.348). Het geheel geeft een verantwoording van gemaakte keuzes en is ter ‘lering’ (en soms ook wel ‘vermaack’)

 

Autonoom participeren

Voor meer zelfstandig, optimaal en allround ontwikkelen is de nieuwe generatie slim genoeg. Haar gemiddelde opleidingsniveau is in de afgelopen decennia sterk toegenomen. Nu heeft 26% van de 55-65-jarigen een opleiding op hbo of wo niveau. In 2030 zal 41% dat niveau halen. Het gemiddelde overall-niveau is nú: mbo-plus. Laag opgeleid zijn, maar hoog scoren op zelfrespect, positieve relaties met anderen, een positieve levenshouding en het hebben van doelen in het leven, blijken qua gezondheid en levensverwachting niet achter te blijven bij de hoger opgeleiden. Een actieve leefstijl realiseren is voor iedereen op elke leeftijd en op elk niveau haalbaar en te ontwikkelen. 'Clubs' die met onderlinge niveau- en interesseverschillen rekening houden, zorgen voor 'ideale' samenwerkingsverbanden (Gennip, 2010; Houben, 2009). De samenstelling is horizontaal (gelijke leeftijden en/of interesses), verticaal (verschillende leeftijden en/of interesses) of gemengd.
‘Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger (door betere opleiding) zijn dan vroeger. De klassieke verzorgingsstaat verandert deels in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar leven en omgeving.’ (Troonrede, 17 september 2013). Zo begon de aandacht voor participatie als opmaat naar ‘minder verzorgingsstaat’ en voor een andere verdeling van collectieve en individuele verantwoordelijkheden. De vraag is wat dit betekent voor onze manier van samenleven en over welke participatieniveaus en betrokkenen we dan praten (Putters/SCP, 2014). Actief, zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk functioneren op lokaal-regionaal niveau is de kern. “Nederland werkt, zorgt, recreëert, beweegt en praat volop in wijken en buurten, op het werk en de school, in de politiek en zorg. De goede  gezondheid, lange levensverwachting en het hoge opleidingsniveau zijn daar debet aan, maar dit geldt niet voor iedereen” (Putters/SCP, 2014, p.15). Participatie en solidair zijn gaan samen en ook de 55-plusser zal de samenleving van zijn of haar ervaring, kennis en kunde willen laten profiteren. Daarvoor is nodig….autonomie, persoonlijk contact, een luisterend oor, een waarderende houding en kleinschalig functioneren in ‘clubjes’.

 We hebben daarvoor steeds meer ‘tijd’ omdat we gemiddeld steeds ouder worden en ook steeds gezonder ouder. De medische wetenschap blijft zich immers sterk ontwikkelen en daarvan profiteren we. Mannen worden nu bijna 80 jaar en vrouwen 83 jaar.….

 

2016

2040

2060

Mannen

79,9

84,0

86,8

Vrouwen

83,3

87,5

90,3

Bron: Trends in Nederland in 2016 (CBS).

 

Een actieve, ondernemende leefstijl, goede zorg, nieuwe medicijnen en een hoog opleidingsniveau zorgen voor deze ontwikkeling. Tegelijk neemt het aantal chronische gebreken bij het ouder worden toe. Er zijn in Nederland momenteel 2,6 miljoen ouderen, bijna 15% van de bevolking. Dat loopt op naar circa 4,5 miljoen mensen in 2040, van wie de helft boven de 75 jaar zal zijn (Putters/SCP, p.18). Elkaar helpen is nodig en dat kan de nieuwe én toekomstige generatie op vele gebieden onderling regelen en ontwikkelen. Een uitdaging en een sociale innovatie van ‘samenwerkend leven ontwikkelen’.

 

‘Reizen en trekken’ als manieren van leven!

Leven is als een reis en daarin functioneer je als ‘reiziger’ en/of als ‘trekker’. Voor optimale ontwikkeling zijn beide rollen afwisselend van belang. Welke? Dat hangt af van de bedoeling (inhoud) en aard van de ‘reis’ c.q. de ‘wijze van deelnemen’. 

Typerend voor het gedrag van reiziger is: ‘deze wil op een afgesproken tijd, op een afgesproken plaats de bestemming bereiken. Dat is het doel. De conducteur is de kaartjesknipper aan wie je iets kunt vragen, bestudeert eerst het spoorboekje en pak dan de koffer, vertrekt omdat ze mooi weer was beloofd, neemt al het mogelijke mee en merkt na afloop dat veel overbodig was, verwijt het reisbureau dat het hotel niet deugt, heeft een hekel aan regen omdat de vakantie in het water valt, neemt alleen routes die in de reisgids staan vermeld en klaagt na afloop dat de gids niet deugt’.
Typerend voor het gedrag van trekker is: ‘deze heeft een richting en is nooit op de definitieve plaats van bestemming. De reis op zich is het doel. Deze ziet de conducteur als een vraagbaak, die ook je kaartjes knipt, stopt het spoorboekje in de koffer en gaan op weg, omdat het hier regent, neemt alleen het hoognodige mee en merkt onderweg wel wat hij wil aanvullen, verwijt zichzelf dat het verkeerde hotel is gekozen, heeft een hekel aan regen omdat de route in het water valt en laat na afloop de door gekozen route in de reisgids opnemen’.

Een ‘reiziger’ kiest bewust voor een ‘blauwdruk’, een stappenplan op hoofdlijnen. Een ‘trekker’ gaat direct op stap in een bepaalde richting. Visie en missie op een bepaald gebied vormen de richting en dat kun je zó benoemen….


'Wanneer je een schip wilt gaan bouwen. Breng dan geen mensen bijeen.
Om timmerhout te sjouwen

Of te tekenen alleen.
Voorkom dat ze taken ontvangen. Deel evenmin plannen mee.
Maar leer eerst mensen verlangen naar de eindeloze zee!
'

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944). La Citadelle.

 
Ontwikkelingsmodel als handvat voor ‘actief leven, sporten en ontwikkelen’…
Het voorgaande is als volgt in een schema samen te vatten...

Fysiek en mentaal Actief

Leven voor gezond gevoel

Zinvol Leven

**Fysiek en mentaal Actieve Leefstijl….. = midden in (en na je 65e) – vooral de lokale - samenleving (blijven) staan.
Kernpunten: (1) veel bewegen-sporten & (2) (beleven-)leren-ontwikkelen1

 

*Zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen.













*Actief deelnemen (= beleven, leren en ontwikkelen/leren hoe te leren) aan meerdere, naar aard verschillende ‘clubs’ of netwerken: clubvorming.

*Optimaal2 ervaren (flow?) en presteren én op maat (= afgestemd op je fysieke en mentale mogelijkheden) willen presteren c.q. functioneren in een mixgroep die naar niveau en achtergrond verschillend is.
*Onderling sportgericht, optimaal en op maat presteren.
*Goed-veilig (leren) omgaan met verschillen van elkaar in mogelijkheden en interesses.

 

 

*Vele activiteiten en taken op het gebied van werk, zorg, ontspanning (zoals sport) en ontwikkeling3 . ‘Allround’ in breedte op vele gebieden.

*‘Rijke’ (voldoende, gevarieerde, in breedte en diepgang) tijdbesteding met voldoende belevingstijd voor alle betrokkenen4.
*Samenwerkend leren en ontwikkelen in 55-plus ‘clubs’ of netwerken door actieve participatie.
*Begeleidend zijn naar anderen toe en begeleid (willen) worden.

*Ontwikkelen van eigen praktijktheorie over (delen van) het ‘leven’, mede op basis van regelmatige reflectie van jezelf en met anderen samen (life review; ‘teach what you preach’).


1 Ontwikkelen is toekomstgericht en betekent investeren in en van jezelf, in de relaties met anderen, in omgevingen en in het inspireren van anderen. Het heeft zowel ‘breedte’ als ‘diepte’ en omvang. Ontwikkelen verloopt op korte termijn ‘lineair’ en op lange termijn ‘cyclisch’ en vindt op meerdere niveaus plaats. Ontwikkelen betreft ‘totaalplaatjes’ van taak- of activiteitengebieden.

2 Optimaal functioneren betekent: 1. regelmatig (dagelijks) inspanning leveren op driekwart van je persoonlijk maximaal mogelijke vermogen tot coördinatie (fysiek en mentaal); 2. in cycli van beleven, leren, ontwikkelen (of leren hoe te leren); 3. op elk gebied ontwikkelen in breedte en diepgang ofwel: allround willen zijn. Sporten is competitief en recreatief in te richten. Dat laatste is zeker voor de 55-plusser van belang.
3 Vaak een combinatie van bijvoorbeeld (mantel)zorg, werk, ontwikkeling en/of ontspanning. Het gaat om het realiseren van ‘totaalplaatjes’: volleybal, schoonhouden huis, fotografie, ….. met al mijn mogelijkheden. Mede gebaseerd op (leer)ervaringen in verleden, heden (genieten van…) en toekomst.
4 Alle betrokkenen ervaren de contacttijd als ‘met voldoende aandacht voor elkaar’. Spreiding van activiteiten en taken in de tijd. Balans in verplichte of vrije keuze en prettige of noodzakelijke activiteiten/taken. 
Een actieve leefstijl vereist van een 55-plusser het volgende …..
1 deelnemen aan en zelf inhoud en vorm geven aan meerdere, naar aard gevarieerde 55-plus clubs, groepen, netwerken of leefgemeenschappen;
2 plannen en projecten ontwerpen om structuur aan je bestaan te geven; deze hebben betrekking op werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling; tijdbesteding, tijdbeleving en tijdverdeling zijn hierbij in balans;
3 relatief veel aandacht en tijd besteden aan ‘bewegen/sporten’ en ‘leren/ontwikkelen’ op meerdere gebieden tegelijk en/of na elkaar;
4 ontwerpen, uitvoeren en ontwikkelen van ‘totaalplaatjes’ van activiteiten, thema's of taken (in de zin van: fysiek - mentaal; motorisch - sociaal - cognitief);
5 schetsen van persoonlijke interessegebieden in ‘concepten’ en deze op basis van reflecties (en evaluaties over delen daarvan) blijven ontwikkelen;
6 ontwikkelen van een persoonlijk ‘life review’ op het geheel en/of delen van je bestaan in een algemeen totaalbeeld c.q. ‘stand van zaken’; om de drie of vijf jaar reflectie en herzien.

Zie voor titels en bronnen: 
LITERATUUR . ...en voor toepassingen: CLUBVORMING