Kerntekst 2/1. Over levenslange fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Fysiek, mentaal en sociaal actief leven. Kernartikel 2 (versie december 2018)    


Samenvatting
. De nieuwe generatie senioren – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig – is door de dynamiek in de samenleving gebaat bij actief en ondernemend gedrag. Daarvoor is een optimale  fysiek, sociaal en mentaal actieve leefstijl – dus afgestemd op de eigen mogelijkheden en die van de omgeving waarin je functioneert - aan te bevelen. Met een houding van een sterk sociale betrokkenheid, creatief, empathisch, zelfbewust en bereid veel van het leven te maken.
De pijlers van zo’n leefstijl zijn: (1) veel bewegen-sporten-initiatief nemen én (2) optimaal leren en ontwikkelen van jezelf, in de relaties met en het inspireren van anderen, van de omgeving. Optimaal participeren en ervaren gebeurt  in ‘clubs, netwerken of leefgemeenschappen’. Een ontwikkelingsmodel geeft een handvat.

Lees- en fundamenteel/planniveau 1 & 2 voor de 55-plusser, kartrekker, coördinator, leefstijlcoach en/of 55-plusser.

 

Technologisch-maatschappelijke ontwikkeling en evolutie

Persoon en omgeving zijn nauw op elkaar betrokken. Menselijke ontwikkeling is biologisch én cultureel bepaald. “’Omgeving’ betekent dan ook: cultuur, samenleving, opvoeding, leefwijze, sociaal milieu en toeval. We kunnen ons er niet aan onttrekken. Biologie en cultuur determineren ons basaal (‘voor twintig procent’) – via onze genen en memem – en dus: wie we zijn en wat en hoe we iets doen. Verder geven we er zelf invulling aan” (Crevits, 2016, p.54).

We leren en ontwikkelen ons zelf door onze aandacht voor en bijdragen aan maatschappelijk-politieke en praktische of wetenschappelijke ontwikkelingen. Harari (2017, 2018a en 2018b) schetst zo‘n ontwikkelingsperspectief. Volgens hem beheerst de mens nu de aarde en is hij in de toekomst, door samenwerking en door ontwikkeling van ‘kunstmatige intelligentie’ en digitale dataverwerking tot nog meer maakbaarheid in staat. Het is een doorlopende ‘evolutie van homo erectus, via homo sapiens naar homo deus’. De mens wil in de eenentwintigste eeuw problemen oplossen als: langer leven in goede gezondheid; wereldwijd geluk of eeuwig genieten nastreven; het upgraden van lichaam en geest. Kanttekeningen die hierbij zijn te maken zijn: de meesten doen er niet aan mee; het is een historische en geen politieke voorspelling; streven om de dood te overwinnen is iets anders dan het bereiken ervan; over ontwikkelingsrichtingen moeten we discussiëren om gezamenlijk gedragen keuzes te maken (p.67-68). Maar hoe dan ook zal alles op relatief korte termijn veranderen.

Om daar een ‘(mede)speler’ in te blijven is een actieve ondernemende leefstijl aan te bevelen. Iets waartoe de nieuwe generatie en de daarop volgende zeker in meerderheid bereid is. Daarvoor willen en kunnen we ons een leven lang ontwikkelen.
De snelle technologische ontwikkeling biedt de mens de mogelijkheid tot het ontwerpen van 'intelligent design', waarmee we door computertechnologie en data-analyse steeds meer kennis en daarmee meer doordachte handelingsmogelijkheden kunnen krijgen. We creëren zo de nieuwe fundamenten voor menselijke samenlevingen die zich baseren op objectieve en (inter)subjectieve wetenschappelijke én praktijkgerichte (consensus)theorieën. Dit verhoogt ons kennisniveau en vervangt uiteindelijk mythen, religies en politieke systemen of ideologieën.
Produceren van kennis door een gemeenschap “maakt de wetenschappelijke weg naar vooruitgang vrij”(p.223). Het leidt tot begrip van de samenhang in ervaringen én interacties met de omgeving c.q. de wereld” (Crevits, 2016, p.151). Persoonlijke ontwikkeling is gebaat bij een actieve leefstijl die daardoor ook gelijktijdig gezond en zinvol is én gericht op investeren in jezelf, in de relaties met … en het inspireren van anderen én het investeren in omgevingen (SCP, 2006b; 2010b;  Westendorp, 2014, p. 238, 239; Westendorp & van Bodegom, 2015). Twee processen spelen hierin een belangrijke rol:
(1) de ontwikkeling van het dagelijks handelen op specifieke gebieden (werk, zorg, …) én (2)  visieontwikkeling op gebieden van de samenleving en jouw bijdrage daaraan.
Ontwikkelingen verlopen zowel lineair op de korte termijn (‘we verbeteren iets’) als cyclisch op de lange termijn (‘na bloei komt verval’) (Bavel van, 2018; p.45-46). Ontwikkelen gebeurt ook op verschillende niveaus: A in omvang of geldigheid op macro-, meso- en microniveau óf  B in mate van abstractie op praktijk-, plan- en fundamenteel niveau. Dat laatste is op de inhoud van deze site en het project 55-plus Sport & Leefstijl toegepast.

 

De pijlers: bewegen & sporten én leren & ontwikkelen!

Het is een kunst om – een leven lang -  actief, gezond en zinvol te leven. ‘Actief’ betekent inspannen, ondernemen, initiatieven nemen. ‘Gezond leven’ betekent streven naar contacten met anderen, het inspireren, begeleiden of helpen van anderen en gedrag nastreven waarmee je jezelf gezond voelt.. Het is ‘zinvol’ om in elke fase van je leven taken en activiteiten te doen op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (sport, kunst en cultuur) en ontwikkeling (Baars, 2007). De inhoud en omvang hiervan kan in elke fase per gebied en tussen gebieden anders zijn, maar is voor jou optimaal en in balans (tussen tijdbesteding, tijdbeleving en takenverdeling). Dat is (levens)kunst. Een projectmatige aanpak van wat je doet draagt daaraan bij. Het geeft je over- én inzicht in wat er in een bepaalde fase écht toe doet (Zimbardo & Boyd, 2009). Een bewuste en een op hoofdlijnen geplande aanpak zorgt dat je er ‘midden in de samenleving’ mee blijft staan (Timmers, 2012; Westendorp, 2014). Het kan zover gaan, dat het ook geldt voor hoe en wanneer je je bestaan hier wilt beëindigen. Een keuze (Chabot, 2017).
Onze samenleving is dynamisch, er zijn altijd ontwikkelingen die ons in meer of mindere mate beïnvloeden en die we zelf willen beïnvloeden(SCP, 2006a; Timmers 2012). Dat vraagt om een herhaalde positiebepaling en het (her)waarderen van de eigen én gezamenlijke - ofwel generatiegebonden - opvattingen.
Actief leven doe je op vele fronten, en zeker na je 55e zo mogelijk optimaal, afgestemd op de eigen fysieke, mentale en sociale mogelijkheden. Dat verschilt per generatie. Voor elke generatie ligt dat ‘anders’: de oude of vooroorlogse (de 85-plussers), de nieuwe (de nu 55 tot 75 jarigen / geboren in de jaren veertig, vijftig of begin zestig) of de toekomstige generatie (de nu 35 tot 55-jarigen). Elke generatie heeft een kenmerkende leefstijl én ‘gedeelde opvattingen’. Ze vormen een min of meer geëxpliciteerd en gesystematiseerd zingevingskader van (delen van) het bestaan (Derkx, 2011, p.76).
‘Leren en ontwikkelen’ is één van de pijlers in ons bestaan. Het is motorisch/fysiek, cognitief/mentaal en sociaal/affectief leren en ontwikkelen in samenhang. Ontwikkelen vereist in het bijzonder ‘leren hoe te leren of leren hoe je anderen iets kunt leren’ ofwel methodisch handelen (Caluwé & Vermaak, 2002). Het fysiek en mentaal coördineren speelt een dominante rol bij het realiseren van een ‘totaalplaatje’ van een activiteit of taak, zoals: het ‘functioneren als mantelzorger’ of ‘volleyballer’. Je ontwikkelt competenties en vaardigheden tot een bepaald niveau en op een bepaald gebied. Hieraan ontleen je een identiteit gebaseerd op ‘zelf-, omgevings- en ontwikkelingsbesef’. Actieve deelname, mate van betrokkenheid én de kwaliteit van het samenwerkend beleven, leren en ontwikkelen in vele clubs of groepen, bepalen het resultaat (Verkuylen, 2010). Dat zie je terug in het volgende totaalplaatje van (hierna onderstreepte) opvattingen bij de clubvorming (met welke inhoud dan ook) van de 55-plusser …..

’We geven in elke levensfase ruimte aan het fysiek en mentaal actief en ondernemend zijn op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (bv. sporten) en ontwikkeling. We dragen bij aan een evenwichtige tijdbesteding en beleving en bieden vele sociale contacten met - onder andere - generatiegenoten in clubs, netwerken of leefgemeenschappen. De hiermee samenhangende taken en activiteiten zijn afgestemd op de individuele mogelijkheden van mensen (op maat). Clubs geven alle ruimte aan  beleven, leren en – op de langere termijn  - ontwikkelen. We begeleiden en/of coachen elkaar opdat optimaal presteren en participeren mogelijk is. Dit motiveert en een of meerdere kartrekkers stimuleert/stimuleren ons daarbij. Als groep regelen en ontwikkelen we alles zelf. Door takenverdeling zorgen we voor gelijkwaardige inbreng en deelname van iedereen. Met interesses en mogelijkheden van elkaar wordt rekening gehouden. We proberen tot  een samenwerkend leren en ontwikkelen in de regelmatige ontmoetingen/bijeenkomsten te komen. Optimaal participeren doet een beroep op je (motorisch) doelgericht en (cognitief) strategisch handelen en vereist een brede of allround ontwikkeling. Dit alles doen we in een ‘gemengde’ 55-plus club, waaraan iedereen optimaal kan deelnemen: mannen en vrouwen, met verschillen in kennis of ervaring en met goede en matige basismogelijkheden. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving’. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving.

 

Naast in houd is ‘werkwijze of aanpak’ eveneens bepalend voor het resultaat. De (nieuwe) generatie beseft dat vele ontwikkelingen – duurzaamheid, klimaat - in de toekomst andere perspectieven en keuzes vereist. Die zijn het beste ‘lokaal/regionaal’ met elkaar samen te regelen en ontwikkelen (Rotmans, 2012; 2015 en Verhaeghe, 2015). Een ’55-plus club’ geeft immer meer status dan individuele actie. Gezamenlijke interesse en het vooral met elkaar willen leren en ontwikkelen is de bindende factor.
De nieuwe generatie is gemiddeld beter opgeleid dan de vooroorlogse generatie. Dat biedt perspectief voor dat samen regelen, leren en ontwikkelen. Zo kunnen zich verenigingen/stichtingen en private ‘clubs’, formele en informele, non-profit ‘55-plus’ sportclubs, studie- of ontwikkelclubs (praat- en doe- of ‘kenniscafé’s’), hobby- of culturele clubs (toneel of musical, zang of muziek en schilderclubs) en reisclubs, gaan vormen. Gemeentes/ welzijnsorganisaties zouden deze clubvorming kunnen faciliteren en een ‘informatieloket’ bieden om zich bekend te maken en deelnemers te werven (Timmers, 2010 & 2012). Dit past bij de sociale ontwikkeling van de mens op dit moment. Volgens Cornelis (1998) is die ontwikkeling in de laatste fase van communicatieve zelfsturing. Een fase met een meer omgevingsgericht functioneren waarin het niet primair om ‘meer bezit hebben’ gaat , maar om het leiden van een beter leven, creatief’ zijn en meer zelfstandig, zelfsturend, zelfverantwoordelijk leren handelen.

 

Actief, gezond en zinvol ouder worden met periodieke reflectie

Voor ‘goed’ oud worden is de ontwikkeling van mens én omgeving in samenhang wenselijk (Baardwijk & Rosmolen, 2015; Crevits, 2016; Timmers, 2012 en 2016). Actief ondernemend zijn past bij de constructieve oudere, die positief in het leven staat, sterk betrokken is bij de samenleving én “een levensvervulling heeft die tot persoonlijke tevredenheid stemt” (Baardwijk et al, 2015, p.17). Het beïnvloeden en zo nodig veranderen van de directe omgeving en door wat en hoe je door een omgeving wordt beïnvloed vereist actieve ontwikkeling. De nieuwe generatie toont over het algemeen een fysiek, mentaal en sociaal actieve leefstijl die optimaal presteren bevordert (Ester et al, 2008; Goldberg, 2009; Houben, 2009; Timmers, 2010; 2012; van der Zee, 2012). Niet om ‘eeuwig jong te willen zijn’, maar juist om zo ‘zinvol’ mogelijk en persoonlijk zo goed en veel mogelijk aan de samenleving bij te dragen. ‘Active ageing’ dus. Jezelf testen op het vermogen tot loslaten, afstand kunnen doen en groeien in afhankelijkheid, hoort daarbij (Baardwijk & Rosmolen, 2015, p.40).
Hoewel ‘niet meer moeten’ soms met ouder worden samengaat, is dat toch niet het doel van de rest van je leven en niet zinvol. Belangrijk is het vermogen tot denken, handelen, voelen en waarderen steeds te blijven ontwikkelen.
Het beoordelen daarvan door regelmatige reflectie, geeft zelfinzicht en levert groei op in het zien van perspectieven. ‘Beschouwelijkheid’ hoort bij ouder worden. “Als je niet meer kan werken, dan komt het geluk van het zien” (p.38). Daarbij helpt het schrijven of vertellen van ‘verhalen’ over het wat, hoe en waarom je iets doet of gedaan hebt en waarom (Korthagen, 2002). Het waarderen of betekenis toekennen aan ervaringen, gebeurtenissen en ontwikkelingen, maakt gedrag en opvattingen van jezelf en van anderen bewust. Je perspectief op verleden, heden en toekomst en ontwikkeling(en) die plaatsvinden worden scherper. Zoals de invulling van de sociale innovatie van een 55-plusser op het gebied van actieve leefstijl. In ‘verhalen’ koppel je de eigen identiteitsontwikkeling aan gemeenschappelijke sociaal-culturele processen in je omgeving. Het zijn ‘life reviews’ die samen met biografische informatie een beeld en bewustwording van je persoonlijke levensgeschiedenis geven. En dat in relatie met die van je generatiegenoten in een bepaalde tijd of periode (Westerhof & Bohlmeijer, 2010, p.348). Zo geef je een zelfverantwoording van gemaakte keuzes ook ter ‘lering’ (en ‘vermaack’) van de lezer.

 

Autonoom participeren: zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk

Voor meer zelfstandig, optimaal en allround ontwikkelen is de nieuwe generatie slim genoeg. Haar gemiddelde opleidingsniveau is in de afgelopen decennia sterk toegenomen. Nu heeft 26% van de 55-65-jarigen een opleiding op hbo of wo niveau. In 2030 zal 41% dat niveau halen. Het gemiddelde overall-niveau is nú: mbo-plus. Laag opgeleid zijn, maar hoog scoren op zelfrespect, positieve relaties met anderen, een positieve levenshouding en het hebben van doelen in het leven, blijken qua gezondheid en levensverwachting niet achter te blijven bij de hoger opgeleiden.
Een actieve leefstijl is voor iedereen op elke leeftijd en op elk niveau haalbaar en te ontwikkelen. 'Clubs' die met onderlinge niveau- en interesseverschillen rekening houden, zorgen voor 'ideale' samenwerkingsverbanden (Gennip, 2010; Houben, 2009). De samenstelling daarvan is horizontaal (gelijke leeftijden en/of interesses), verticaal (verschillende leeftijden en/of interesses) of gemengd.
‘Onmiskenbaar zijn mensen in de huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger (door betere opleiding), dan vroeger. De klassieke verzorgingsstaat verandert deels in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar leven en omgeving.’ (Troonrede, 17 september 2013). Zo begon de aandacht voor participatie als opmaat naar ‘minder verzorgingsstaat’ en voor een andere verdeling van collectieve en individuele verantwoordelijkheden. De vraag is wat dit gaat betekenen voor onze manier van samenleven en over welke participatieniveaus en betrokkenen we dan praten (Putters/SCP, 2014). Actief, zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk functioneren op lokaal-regionaal niveau wordt vanaf nu de kern. Participatie en solidair zijn gaan samen en de 55-plusser kan de samenleving van zijn of haar ervaring, kennis en kunde meer laten profiteren. Daarvoor is autonomie, persoonlijk contact, een luisterend oor, een waarderende houding en kleinschalig functioneren in ‘clubjes’ nodig. We hebben daarvoor de ‘tijd’, we worden immers gemiddeld steeds gezonder ouder. De medische wetenschap blijft zich immers ontwikkelen en daarvan profiteren we. In 2016 worden mannen bijna 80 jaar en vrouwen 83 jaar.….

 

2016

2040

2060

Mannen

79,9

84,0

86,8

Vrouwen

83,3

87,5

90,3

Bron: Trends in Nederland in 2016 (CBS).

 

Een actieve leefstijl, goede zorg, nieuwe medicijnen en een hoog opleidingsniveau zorgen daarvoor. Tegelijk neemt wel het aantal chronische gebreken bij ‘ouder worden’ toe. Er zijn in Nederland nu 2,6 miljoen ouderen, bijna 15% van de bevolking. Dat loopt op naar circa 4,5 miljoen mensen in 2040. Daarvan is dan de helft boven de 75 jaar (Putters/SCP, p.18). Elkaar de helpende hand toesteken is nodig. Een uitdaging voor een sociale innovatie van ‘samenwerkend leven ontwikkelen’.

 

Manieren van leven!
Leven is als een reis en daarin functioneer je als ‘reiziger’ en/of als ‘trekker’. Voor optimale ontwikkeling zijn beide rollen afwisselend van belang. Welke? Dat hangt af van de bedoeling (inhoud) en aard van de ‘reis’ c.q. de ‘wijze van deelnemen’. 

Typerend voor het gedrag van reiziger is: ‘deze wil op een afgesproken tijd, op een afgesproken plaats de bestemming bereiken. Dat is het doel. De conducteur is de kaartjesknipper aan wie je iets kunt vragen, bestudeert eerst het spoorboekje en pak dan de koffer, vertrekt omdat ze mooi weer was beloofd, neemt al het mogelijke mee en merkt na afloop dat veel overbodig was, verwijt het reisbureau dat het hotel niet deugt, heeft een hekel aan regen omdat de vakantie in het water valt, neemt alleen routes die in de reisgids staan vermeld en klaagt na afloop dat de gids niet deugt’.
Typerend voor het gedrag van trekker is: ‘deze heeft een richting en is nooit op de definitieve plaats van bestemming. De reis op zich is het doel. Deze ziet de conducteur als een vraagbaak, die ook je kaartjes knipt, stopt het spoorboekje in de koffer en gaan op weg, omdat het hier regent, neemt alleen het hoognodige mee en merkt onderweg wel wat hij wil aanvullen, verwijt zichzelf dat het verkeerde hotel is gekozen, heeft een hekel aan regen omdat de route in het water valt en laat na afloop de door gekozen route in de reisgids opnemen’.

Een ‘reiziger’ kiest bewust voor een ‘blauwdruk’, een stappenplan op hoofdlijnen. Een ‘trekker’ gaat direct op stap in een bepaalde richting. Visie en missie op een bepaald gebied vormen de richting en dat kun je zó benoemen….


'Wanneer je een schip wilt gaan bouwen. Breng dan geen mensen bijeen.
Om timmerhout te sjouwen

Of te tekenen alleen.
Voorkom dat ze taken ontvangen. Deel evenmin plannen mee.
Maar leer eerst mensen verlangen naar de eindeloze zee!
'

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944). La Citadelle.

 
Ontwikkelingsmodel als leidraad

Fysiek en mentaal Actief

Leven voor gezond gevoel

Zinvol Leven

**Fysiek en mentaal Actieve Leefstijl….. = midden in (en na je 65e) – vooral de lokale - samenleving (blijven) staan.
Kernpunten: (1) veel bewegen-sporten & (2) (beleven-)leren-ontwikkelen1

 

*Zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen.














*Actief deelnemen (= beleven, leren en ontwikkelen/leren hoe te leren) aan meerdere, naar aard verschillende ‘clubs’ of netwerken: clubvorming.

*Optimaal2 ervaren (flow?) en presteren én op maat (= afgestemd op je fysieke en mentale mogelijkheden) willen presteren c.q. functioneren in een mixgroep die naar niveau en achtergrond verschillend is.
*Onderling sportgericht, optimaal en op maat presteren.
*Goed-veilig (leren) omgaan met verschillen van elkaar in mogelijkheden en interesses.

 

 

*Vele activiteiten en taken op het gebied van werk, zorg, ontspanning (zoals sport) en ontwikkeling3 . ‘Allround’ in breedte op vele gebieden.

*‘Rijke’ (voldoende, gevarieerde, in breedte en diepgang) tijdbesteding met voldoende belevingstijd voor alle betrokkenen4.
*Samenwerkend leren en ontwikkelen in 55-plus ‘clubs’ of netwerken door actieve participatie.
*Begeleidend zijn naar anderen toe en begeleid (willen) worden.

*Ontwikkelen van eigen praktijktheorie over (delen van) het ‘leven’, mede op basis van regelmatige reflectie van jezelf en met anderen samen (life review; ‘teach what you preach’).


(1) Ontwikkelen is toekomstgericht en betekent investeren in en van jezelf, in de relaties met anderen, in omgevingen en in het inspireren van anderen. Het heeft zowel ‘breedte’ als ‘diepte’ en omvang. Ontwikkelen verloopt op korte termijn ‘lineair’ en op lange termijn ‘cyclisch’ en vindt op meerdere niveaus plaats. Ontwikkelen betreft ‘totaalplaatjes’ van taak- of activiteitengebieden.

(2) Optimaal functioneren betekent: 1. regelmatig (dagelijks) inspanning leveren op driekwart van je persoonlijk maximaal mogelijke vermogen tot coördinatie (fysiek en mentaal); 2. in cycli van beleven, leren, ontwikkelen (of leren hoe te leren); 3. op elk gebied ontwikkelen in breedte en diepgang ofwel: allround willen zijn. Sporten is competitief en recreatief in te richten. Dat laatste is zeker voor de 55-plusser van belang.
(3) Vaak een combinatie van bijvoorbeeld (mantel)zorg, werk, ontwikkeling en/of ontspanning. Het gaat om het realiseren van ‘totaalplaatjes’: volleybal, schoonhouden huis, fotografie, ….. met al mijn mogelijkheden. Mede gebaseerd op (leer)ervaringen in verleden, heden (genieten van…) en toekomst.
(4) Alle betrokkenen ervaren de contacttijd als ‘met voldoende aandacht voor elkaar’. Spreiding van activiteiten en taken in de tijd. Balans in verplichte of vrije keuze en prettige of noodzakelijke activiteiten/taken. Een actieve leefstijl vereist van een 55-plusser onder andere het volgende …..
- deelnemen aan en zelf inhoud en vorm geven aan meerdere, naar aard gevarieerde 55-plus clubs, groepen, netwerken of leefgemeenschappen;
- plannen en projecten ontwerpen om structuur aan je bestaan te geven; deze hebben betrekking op werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling; tijdbesteding, tijdbeleving en tijdverdeling zijn hierbij in balans;
- relatief veel aandacht en tijd besteden aan ‘bewegen/sporten’ en ‘leren/ontwikkelen’ op meerdere gebieden tegelijk en/of na elkaar;
- ontwerpen, uitvoeren en ontwikkelen van ‘totaalplaatjes’ van activiteiten, thema's of taken (in de zin van: fysiek - mentaal; motorisch - sociaal - cognitief);
- schetsen van persoonlijke interessegebieden in ‘concepten’ en deze op basis van reflecties (en evaluaties over delen daarvan) blijven ontwikkelen;
- ontwikkelen van een persoonlijk ‘life review’ op het geheel en/of delen van je bestaan in een algemeen totaalbeeld c.q. ‘stand van zaken’; om de drie of vijf jaar reflectie en herzien.

Zie voor titels en bronnen: 
LITERATUUR . ...en voor toepassingen: CLUBVORMING