Kerntekst 2/1. Over levenslange fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Fysiek, mentaal en sociaal actief leven.
Kernartikel 2 (verse juni 2019)    


Samenvatting
. De nieuwe generatie senioren – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig – is door de dynamiek in de samenleving en relatief snelle veranderingen gebaat bij actief en ondernemend gedrag. Stil blijven staan is geen optie. Een optimaal fysiek, sociaal en mentaal actieve leefstijl is aan te bevelen. Die houding vraagt sterke sociale betrokkenheid én creatief, empathisch, zelfbewust en zelfstandig willen functioneren. Kernpunten zijn: (1) veel bewegen-sporten-initiatief nemen én (2) optimaal leren en ontwikkelen in meerdere ‘clubs, netwerken of leefgemeenschappen’.

Lees- en fundamenteel/planniveau 1 & 2 voor de 55-plusser, kartrekker, coördinator, leefstijlcoach en/of 55-plusser.

 

Technologisch-maatschappelijk ontwikkelen op niveaus

Evolutie van de mens is biologisch én cultureel bepaald. “’Cultuur of omgeving’ is tegelijk ook: samenleving, opvoeding, leefwijze, sociaal milieu. Biologie en cultuur determineren ons via genen en memen (‘voor twintig procent’) voor: wie we zijn en wat en hoe we iets doen” (Crevits, 2016). We leren en ontwikkelen door onze aandacht en bijdragen. Harari (2017, 2018a en 2018b) schetst ons een perspectief: de mens ‘beheerst’ nu de aarde en zal in de toekomst, door samenwerking en ‘kunstmatige intelligentie’ én digitale dataverwerking tot nog meer maakbaarheid in staat zijn. “De mens wil steeds langer in goede gezondheid leven; geluk of eeuwig genieten nastreven en lichaam en geest technologie upgraden”.
Om dat spel mee te kunnen spelen is een actieve, ondernemende leefstijl sterk aan te bevelen. De nieuwe generatie – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig - en ook de volgende, is daartoe in staat en bereid. Een zo’n ontwikkeling die technologisch gezien veel van ons zal vragen is ‘klimaat’. Daar hoort‘duurzaamheid’ ook bij. Dat thema wordt op niveaus, op korte en lange termijn, ontwikkeld. Het ‘Ontwerp klimaatakkord’ is in december 2018 aan zogenaamde klimaattafels opgesteld (u kunt dat downloaden) en wordt vertaald in beleid op landelijk, provinciaal en gemeentelijk/lokaal niveau. Het omvat ontwikkelingen op korte en lange termijn én gebeurt op fundamenteel macro, meso en – uiteindelijk - praktisch niveau.  .

Technologische ontwikkelingen bieden ons de mogelijkheid tot het ontwerpen van 'intelligent design' via computertechnologie en data-analyse verkrijgen we steeds meer kennis en handelingsmogelijkheden. Daarmee verwerven we nieuwe fundamenten voor menselijke samenlevingen die zich baseren op objectieve en (inter)subjectieve wetenschappelijke én praktijkgerichte (consensus)theorieën. Een hoger kennisniveau vervangt zo mythen, religies en politieke systemen of ideologieën. Produceren van kennis door gemeenschappen “maakt de wetenschappelijke weg naar vooruitgang vrij. Het leidt tot begrip van de samenhang in ervaringen én interacties met de omgeving c.q. de wereld” (Crevits, 2016). Persoonlijke ontwikkeling gebeurt door een actieve, gezonde en zinvolle leefstijl en richt zich op een investeren in jezelf, in de relaties met … en het inspireren van anderen én het investeren in omgevingen (SCP, 2006b; 2010b;  Westendorp, 2014, p. 238, 239; Westendorp & van Bodegom, 2015).

 

De pijlers: bewegen & sporten én leren & ontwikkelen!

Het is (levens)kunst om een leven lang actief, gezond en zinvol te leven. ‘Actief-zijn’ vraagt inspanning, ondernemen, initiatiefvol functioneren. ‘Gezond leven’ betekent vereist veel contact zoeken met anderen en inspireren, begeleiden of helpen van anderen. Doot dit gedrag te tonen voel je je ook gezond.‘Zinvol leven’ zul je in elke fase van je leven (deels) opnieuw moeten invullen door de keuze van taken en activiteiten op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (sport, kunst en cultuur) en ontwikkeling (Baars, 2007). Een projectmatige aanpak stimuleert dat (Zimbardo & Boyd, 2009). Zo’n bewust geplande aanpak zorgt dat je ‘midden in de samenleving’ blijft staan (Timmers, 2012; Westendorp, 2014).

‘Leren en ontwikkelen’ is in samenhang zowel een motorisch/fysiek, cognitief/mentaal als sociaal/affectief gebeuren(Caluwé & Vermaak, 2002). Fysieke, mentale en sociale coördinatie speelt levert een ‘totaalplaatje’ op. Je ontwikkelt er competenties en vaardigheden mee, op een bepaald gebied en tot een bepaald niveau. Deelnemen aan een club levert voor de 55-plusser het volgende totaalplaatje van (hier: onderstreepte) kwaliteiten op  …..

’We geven in elke levensfase ruimte aan het fysiek en mentaal actief en ondernemend zijn op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (bv. sporten) en ontwikkeling. We dragen bij aan een evenwichtige tijdbesteding en beleving en bieden vele sociale contacten met - onder andere - generatiegenoten in clubs, netwerken of leefgemeenschappen. De hiermee samenhangende taken en activiteiten zijn afgestemd op de individuele mogelijkheden van mensen (op maat). Clubs geven alle ruimte aan  beleven, leren en – op de langere termijn  - ontwikkelen. We begeleiden en/of coachen elkaar opdat optimaal presteren en participeren mogelijk is. Dit motiveert en een of meerdere kartrekkers stimuleert/stimuleren ons daarbij. Als groep regelen en ontwikkelen we alles zelf. Door takenverdeling zorgen we voor gelijkwaardige inbreng en deelname van iedereen. Met interesses en mogelijkheden van elkaar wordt rekening gehouden. We proberen tot  een samenwerkend leren en ontwikkelen in de regelmatige ontmoetingen/bijeenkomsten te komen. Optimaal participeren doet een beroep op je (motorisch) doelgericht en (cognitief) strategisch handelen en vereist een brede of allround ontwikkeling. Dit alles doen we in een ‘gemengde’ 55-plus club, waaraan iedereen optimaal kan deelnemen: mannen en vrouwen, met verschillen in kennis of ervaring en met goede en matige basismogelijkheden. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving’. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving.

 

Inhoud (een sport bijvoorbeeld) en ‘werkwijze of aanpak’ bepalen het resultaat. De (nieuwe) generatie beseft dat vele ontwikkelingen vooral lokale/regionale samenwerking vereisen (Rotmans, 2012, 2015; Verhaeghe, 2015). Een ’(55-plus) club’ geeft bovendien ook meer status dan individuele actie.

De nieuwe generatie is gemiddeld beter opgeleid dan de vooroorlogse generatie. Dat biedt voor dat samen regelen, leren en ontwikkelen, veel perspectief. Zo kunnen zich verenigingen/stichtingen en private ‘clubs’, formele en informele, non-profit ‘55-plus’ sportclubs, studie- of ontwikkelclubs (praat- en doe- of ‘kenniscafé’s’), hobby- of culturele clubs (toneel of musical, zang of muziek en schilderclubs) en reisclubs, gaan vormen. Gemeentes/ welzijnsorganisaties zouden deze clubvorming kunnen faciliteren en een ‘informatieloket’ bieden om zich bekend te maken en deelnemers te werven (Timmers, 2010 & 2012). Volgens Cornelis (1998) bevinden we ons in de fase van communicatieve zelfsturing. Het gaat primair minder om ‘meer bezit hebben’, maar meer om het ‘leiden van een beter leven, creatief’ zijn en meer zelfstandig, zelfsturend, zelfverantwoordelijk leren handelen’.

 

Actief, gezond en zinvol ouder worden met periodieke reflectie

‘Goed’ oud worden doe je door jezelf op vele gebieden te ontwikkelen (Baardwijk & Rosmolen, 2015; Crevits, 2016; Timmers, 2012 en 2016). Actief ontwikkelen past bij een betrokken, positieve en constructieve instelling en stemt tot tevredenheid. De nieuwe generatie wil optimaal presteren (Ester et al, 2008; Goldberg, 2009; Houben, 2009; Timmers, 2010; 2012; van der Zee, 2012). Niet om daarmee‘eeuwig jong te willen zijn’, maar juist om zo ‘zinvol’ mogelijk en persoonlijk zo goed en veel mogelijk aan de samenleving bij te dragen. ‘Active ageing’ dus. ‘Niet meer moeten’ is fijn als je ouder wordt, maar kan niet het doel van de rest van je leven zijn.

Regelmatig reflecteren op je bestaan geeft zelfinzicht en perspectief. Daarbij helpt het schrijven of vertellen van ‘verhalen’ en maken van ‘plannen’. Betekenis toekennen aan ervaringen maakt gedrag en opvattingen bewust. De kijk op verleden, heden en toekomst en ontwikkeling(en) die daarin plaatsvinden wordt scherper. En in ‘verhalen’ koppel je de eigen identiteitsontwikkeling aan gemeenschappelijke sociaal-culturele processen in je omgeving. ‘Life reviews’ geven samen met biografische informatie een beeld van je persoonlijke levensgeschiedenis in relatie met die van je generatiegenoten (Westerhof & Bohlmeijer, 2010).

 

Autonoom = zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk zijn

Voor meer zelfstandig, optimaal en je op een breed front ontwikkelen, is de nieuwe generatie slim genoeg. Het gemiddelde opleidingsniveau is in de afgelopen decennia sterk toegenomen. Nu heeft 26% van de 55-65-jarigen een opleiding op hbo of wo niveau. In 2030 zal 41% dat niveau halen. Het gemiddelde overall-niveau is nú: mbo-plus. Laag opgeleid zijn, maar hoog scoren op zelfrespect, positieve relaties met anderen, een positieve levenshouding en het hebben van doelen in het leven, blijken qua gezondheid en levensverwachting niet achter te blijven bij de hoger opgeleiden.
Een actieve leefstijl is dus voor iedereen haalbaar en te ontwikkelen. 'Clubs' die met onderlinge niveau- en interesseverschillen rekening houden, zorgen voor 'ideale' samenwerkingsverbanden (Gennip, 2010; Houben, 2009). De samenstelling daarvan varieert en is horizontaal (gelijke leeftijden en/of interesses), verticaal (verschillende leeftijden en/of interesses) of gemengd.
De klassieke verzorgingsstaat verandert voor een deel in een participatiesamenleving. “Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar leven en omgeving” (Troonrede, 17 september 2013). Zo begon de aandacht voor participatie als opmaat naar ‘minder verzorgingsstaat’ en een andere verdeling van collectieve en individuele verantwoordelijkheden. De vraag is wat dit gaat betekenen voor onze manier van samenleven en over welke participatieniveaus en betrokkenen we dan praten (Putters/SCP, 2014). Actief, zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk functioneren op lokaal-regionaal niveau is vanaf nu de kern. Kleinschalig functioneren in ‘clubjes’ krijgt prioriteit. We hebben daarvoor ook nog eens de ‘tijd’. We worden immers gemiddeld steeds gezonder ouder. De medische wetenschap ontwikkelt zich en laat ons daarvan profiteren. In 2016 worden mannen bijna 80 jaar en vrouwen 83 jaar.….

 

2016

2040

2060

Mannen

79,9

84,0

86,8

Vrouwen

83,3

87,5

90,3

Bron: Trends in Nederland in 2016 (CBS).

 

Een actieve leefstijl, goede zorg, nieuwe medicijnen en een hoog opleidingsniveau zorgen daarvoor het meest. Er zijn in Nederland nu 2,6 miljoen ouderen, bijna 15% van de bevolking. Dat loopt op naar circa 4,5 miljoen mensen in 2040. Daarvan is dan de helft boven de 75 jaar (Putters/SCP, p.18). Elkaar de helpende hand, bij dat ouder worden, toesteken is nodig. Beperkingen nemen immers ook toe en da maakt een sociale innovatie van ‘samenwerkend leven ontwikkelen’, nog meer nodig.

 

Manieren van leven!
Leven kun je zien als een reis en daarin functioneer je als ‘reiziger’ en/of als ‘trekker’. Voor optimale ontwikkeling zijn beide rollen van belang. ‘Welke’ hangt af van de bedoeling (inhoud) en aard van de ‘reis’ én de ‘wijze van deelnemen’. 

Typerend voor het gedrag van reiziger is: ‘deze wil op een afgesproken tijd, op een afgesproken plaats de bestemming bereiken. Dat is het doel. De conducteur is de kaartjesknipper aan wie je iets kunt vragen, bestudeert eerst het spoorboekje en pak dan de koffer, vertrekt omdat ze mooi weer was beloofd, neemt al het mogelijke mee en merkt na afloop dat veel overbodig was, verwijt het reisbureau dat het hotel niet deugt, heeft een hekel aan regen omdat de vakantie in het water valt, neemt alleen routes die in de reisgids staan vermeld en klaagt na afloop dat de gids niet deugt’.
Typerend voor het gedrag van trekker is: ‘deze heeft een richting en is nooit op de definitieve plaats van bestemming. De reis op zich is het doel. Deze ziet de conducteur als een vraagbaak, die ook je kaartjes knipt, stopt het spoorboekje in de koffer en gaan op weg, omdat het hier regent, neemt alleen het hoognodige mee en merkt onderweg wel wat hij wil aanvullen, verwijt zichzelf dat het verkeerde hotel is gekozen, heeft een hekel aan regen omdat de route in het water valt en laat na afloop de door gekozen route in de reisgids opnemen’.

Een ‘reiziger’ kiest bewust voor een ‘blauwdruk’, een stappenplan op hoofdlijnen. Een ‘trekker’ gaat direct op stap in een bepaalde richting. Visie en missie op een bepaald gebied vormen de richting en dat kun je zó benoemen….


'Wanneer je een schip wilt gaan bouwen. Breng dan geen mensen bijeen.
Om timmerhout te sjouwen

Of te tekenen alleen.
Voorkom dat ze taken ontvangen. Deel evenmin plannen mee.
Maar leer eerst mensen verlangen naar de eindeloze zee!
'

 

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944). La Citadelle.

 
Ontwikkelingsmodel als leidraad of handvat
Leven heeft hierbij de volgende gedragskenmerken….

Fysiek en mentaal Actief

Leven voor gezond gevoel

Zinvol Leven

**Fysiek en mentaal Actieve Leefstijl….. = midden in (en na je 65e) – vooral de lokale - samenleving (blijven) staan.
Kernpunten: (1) veel bewegen-sporten & (2) (beleven-)leren-ontwikkelen1

 

*Zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen.














*Actief deelnemen (= beleven, leren en ontwikkelen/leren hoe te leren) aan meerdere, naar aard verschillende ‘clubs’ of netwerken: clubvorming.

*Optimaal2 ervaren (flow?) en presteren én op maat (= afgestemd op je fysieke en mentale mogelijkheden) willen presteren c.q. functioneren in een mixgroep die naar niveau en achtergrond verschillend is.
*Onderling sportgericht, optimaal en op maat presteren.
*Goed-veilig (leren) omgaan met verschillen van elkaar in mogelijkheden en interesses.

 

 

*Vele activiteiten en taken op het gebied van werk, zorg, ontspanning (zoals sport) en ontwikkeling3 . ‘Allround’ in breedte op vele gebieden.

*‘Rijke’ (voldoende, gevarieerde, in breedte en diepgang) tijdbesteding met voldoende belevingstijd voor alle betrokkenen4.
*Samenwerkend leren en ontwikkelen in 55-plus ‘clubs’ of netwerken door actieve participatie.
*Begeleidend zijn naar anderen toe en begeleid (willen) worden.

*Ontwikkelen van eigen praktijktheorie over (delen van) het ‘leven’, mede op basis van regelmatige reflectie van jezelf en met anderen samen (life review; ‘teach what you preach’).


1 Ontwikkelen is toekomstgericht en betekent investeren in en van jezelf, in de relaties met anderen, in omgevingen en in het inspireren van anderen. Het heeft zowel ‘breedte’ als ‘diepte’ en omvang. Ontwikkelen verloopt op korte termijn ‘lineair’ en op lange termijn ‘cyclisch’ en vindt op meerdere niveaus plaats. Ontwikkelen betreft ‘totaalplaatjes’ van taak- of activiteitengebieden.

2 Optimaal functioneren betekent: 1. regelmatig (dagelijks) inspanning leveren op driekwart van je persoonlijk maximaal mogelijke vermogen tot coördinatie (fysiek en mentaal); 2. in cycli van beleven, leren, ontwikkelen (of leren hoe te leren); 3. op elk gebied ontwikkelen in breedte en diepgang ofwel: allround willen zijn. Sporten is competitief en recreatief in te richten. Dat laatste is zeker voor de 55-plusser van belang.
3 Vaak een combinatie van bijvoorbeeld (mantel)zorg, werk, ontwikkeling en/of ontspanning. Het gaat om het realiseren van ‘totaalplaatjes’: volleybal, schoonhouden huis, fotografie, ….. met al mijn mogelijkheden. Mede gebaseerd op (leer)ervaringen in verleden, heden (genieten van…) en toekomst.
4 Alle betrokkenen ervaren de contacttijd als ‘met voldoende aandacht voor elkaar’. Spreiding van activiteiten en taken in de tijd. Balans in verplichte of vrije keuze en prettige of noodzakelijke activiteiten/taken. Een actieve leefstijl vereist van een 55-plusser onder andere het volgende …..
- deelnemen aan en zelf inhoud en vorm geven aan meerdere, naar aard gevarieerde 55-plus clubs, groepen, netwerken of leefgemeenschappen;
- plannen en projecten ontwerpen om structuur aan je bestaan te geven; deze hebben betrekking op werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling; tijdbesteding, tijdbeleving en tijdverdeling zijn hierbij in balans;
- relatief veel aandacht en tijd besteden aan ‘bewegen/sporten’ en ‘leren/ontwikkelen’ op meerdere gebieden tegelijk en/of na elkaar;
- ontwerpen, uitvoeren en ontwikkelen van ‘totaalplaatjes’ van activiteiten, thema's of taken (in de zin van: fysiek - mentaal; motorisch - sociaal - cognitief);
- schetsen van persoonlijke interessegebieden in ‘concepten’ en deze op basis van reflecties (en evaluaties over delen daarvan) blijven ontwikkelen;
- ontwikkelen van een persoonlijk ‘life review’ op het geheel en/of delen van je bestaan in een algemeen totaalbeeld c.q. ‘stand van zaken’; om de drie of vijf jaar reflectie en herzien.

Zie voor titels en bronnen: 
LITERATUUR . ...en voor toepassingen: CLUBVORMING