Kerntekst 2/1. Over levenslange fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Een fysiek, mentaal en sociaal actief leven.
Kernartikel
2 (verse juli 2019)    

 


Samenvatting
. De nieuwe generatie senioren – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig – is door de dynamiek in de samenleving en de snelle veranderingen daarin, gebaat bij actief en ondernemend gedrag. Stilstaan is geen optie. Een optimaal fysiek, sociaal en mentaal actieve leefstijl is aan te bevelen. Met een sterk sociaal betrokken houding én zelfbewust en zelfstandig functioneren. Kernpunten zijn: 1 veel en gevarieerd dagelijks bewegen en recreatief sporten én 2 optimaal leren en ontwikkelen in vele ‘clubs.

Lees- en fundamenteel/planniveau 1 & 2 voor de 55-plusser, kartrekker, coördinator, leefstijlcoach en/of 55-plusser.

 

Maatschappelijke ontwikkeling naar niveau

Evolutie van de mens is biologisch én cultureel bepaald. “’Cultuur of omgeving’ is ook: samenleving, opvoeding, leefwijze, sociaal milieu. Biologie en cultuur beïnvloeden ons via genen en memen, zichzelf reproducerende informatiepatronen, dragen bij aan ons bestaan” (Crevits, 2016). Technologie (een cultureel fenomeen) wordt wel onze ‘natuurlijke toekomst’ genoemd (van Mensvoort, 2019). Natuur wordt steeds meer cultuur, is dynamisch, nooit af en verandert continu. De mens is een factor geworden die de oorspronkelijke natuurlijke omgeving transformeert. We veranderen onze omgeving en onszelf. Het natuurbeeld kantelt. “In de eenentwintigste eeuw worden geboren dingen steeds verder gecontroleerd en gecultiveerd (natuur wordt cultuur). Tegelijk wordt onze gemaakte omgeving zo complex dat we er controle over verliezen en het een eigen natuurlijke dynamiek krijgt (cultuur wordt natuur). Traditioneel definiëren we natuur als alles wat geboren is. Als dit beeld kantelt naar een idee van natuur als alles wat autonoom groeit, ontstaat er een door mensen veroorzaakte nieuwe natuur. Biologie wordt technologie. Werkelijk succesvolle technologie wordt uitdeindelijk natuurlijk en onderdeel van onze menselijke cultuur” (zie het mobieltje).

Memen bestaan uit “feiten, ideeën, talen, melodieën, morele en esthetische waarden, ontwerpen, vaardigheden en verder alles dat kan worden aangeleerd en doorgegeven aan anderen”. Corporaties of clubs zijn ‘memetische organismen’. “We worden als mens wordt ingekapseld in een volgend evolutionar complexiteitsniveau. Denk maar aa de zelfrijdende auto, een slimme woning waarin de verlichting en thermostaat op je aanwezigheid reageert of een smart ctyy die haar bewoners via het internet der dingen continu monitort, comfort biedt, maar ook in het gareel houdt”

 

De mens ‘beheerst’ nu de aarde en zal in de toekomst, door samenwerking, ‘kunstmatige intelligentie’ én digitale dataverwerking tot nog meer maakbaarheid in staat zijn. Ze wil steeds langer in goede gezondheid leven; geluk of eeuwig genieten nastreven en lichaam en geest in samenhang technologie upgraden” (Harari, 2017, 2018a en b). Om dat te realiseren is een actieve, ondernemende leefstijl sterk aan te bevelen. De nieuwe generatie – geboren in de jaren veertig, vijftig en begin jaren zestig - en ook de daarop volgende, is daartoe in staat en kan dat waarmaken. Een zo’n ontwikkeling die technologisch gezien veel van ons zal vragen is ‘klimaat’ gekoppeld aan ‘duurzaamheid’. Het omvat ontwikkelingen op verschillende niveaus (landelijk, provinciaal en gemeentelijk), maar ook op de korte en lange termijn. Technologische ontwikkelingen, die hiermee samenhangen, bieden ons de mogelijkheid tot het ontwerpen van intelligent design en data-analyse. Zo krijgen we steeds meer kennis en verbreden en verdiepen onze handelingsmogelijkheden. Een hoger kennisniveau vervangt mythen, religies en politieke systemen of ideologieën. Produceren van kennis “maakt de wetenschappelijke weg naar vooruitgang vrij en leidt tot begrip van de samenhang in persoonlijke en collectieve ervaringen én de omgeving” (Crevits, 2016). Persoonlijke ontwikkeling door een actieve, gezonde en zinvolle leefstijl  richt zich op een investeren in jezelf, in de relaties met … en het inspireren van anderen én het investeren in omgevingen (SCP, 2006b; 2010b;  Westendorp, 2014, p. 238, 239; Westendorp & van Bodegom, 2015).

 

Fundamenten van ons bestaan: bewegen & sporten én leren & ontwikkelen!

Het is (levens)kunst om met zo’n leefstijl vooral samen te werken. ‘Actief-leven’ vraagt inspanning, ondernemen, initiatiefvol zijn. ‘Gezond leven’ vereist veel contact met anderen en het inspireren, begeleiden of helpen van elkaar. Door dit gedrag voel je je ook gezond.Zinvol leven’ zul je steeds weer (deels) opnieuw moeten invullen door taken en activiteiten op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling (Baars, 2007). Een projectmatige aanpak stimuleert dat en zorgt dat je lang midden in de samneleving kunt blijven staan (Timmers, 2012; Westendorp, 2014; Zimbardo & Boyd, 2009).

‘Leren en ontwikkelen’ is zowel een motorisch/fysiek, cognitief/mentaal als sociaal/affectief gebeuren (Caluwé & Vermaak, 2002). Fysieke, mentale en sociale coördinatie levert een ‘totaalplaatje’ op. Je ontwikkelt er een samenhangend geheel aan competenties en vaardigheden mee. In een ’55-plus club’ levert dat – in het algemeen - de volgende (hier: onderstreepte) kwaliteiten op  …..

’We geven in elke levensfase ruimte aan het fysiek en mentaal actief en ondernemend zijn op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (bv. sporten) en ontwikkeling. We dragen bij aan een evenwichtige tijdbesteding en beleving en bieden vele sociale contacten met - onder andere - generatiegenoten in clubs, netwerken of leefgemeenschappen. De hiermee samenhangende taken en activiteiten zijn afgestemd op de individuele mogelijkheden van mensen (op maat). Clubs geven alle ruimte aan  beleven, leren en – op de langere termijn  - ontwikkelen. We begeleiden en/of coachen elkaar opdat optimaal presteren en participeren mogelijk is. Dit motiveert en een of meerdere kartrekkers stimuleert/stimuleren ons daarbij. Als groep regelen en ontwikkelen we alles zelf. Door takenverdeling zorgen we voor gelijkwaardige inbreng en deelname van iedereen. Met interesses en mogelijkheden van elkaar wordt rekening gehouden. We proberen tot  een samenwerkend leren en ontwikkelen in de regelmatige ontmoetingen/bijeenkomsten te komen. Optimaal participeren doet een beroep op je (motorisch) doelgericht en (cognitief) strategisch handelen en vereist een brede of allround ontwikkeling. Dit alles doen we in een ‘gemengde’ 55-plus club, waaraan iedereen optimaal kan deelnemen: mannen en vrouwen, met verschillen in kennis of ervaring en met goede en matige basismogelijkheden. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving’. De groep zorgt voor een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving.

 

Inhoud/ product en werkwijze/proces bepalen het resultaat. Dat is het meest effectief bij lokale samenwerking (Rotmans, 2012, 2015; Verhaeghe, 2015). Een ’(55-plus) club’ geeft bovendien ook meer status dan individuele actie.
De nieuwe generatie is gemiddeld beter opgeleid dan de vooroorlogse. Dat biedt voor dat samen regelen, leren en ontwikkelen, veel perspectief. En op deze manier kunnen zich vele soorten clubs gaan vormen….sportclubs, studie- of ontwikkelclubs, hobby- of culturele clubs en reisclubs. Gemeentes/ welzijnsorganisaties zouden deze clubvorming kunnen faciliteren en een ‘informatieloket’ bieden om zich bekend te maken en deelnemers te werven (Timmers, 2010 & 2012). Het spontaan ontstaan van ‘clubs’ past bij de fase van communicatieve zelfsturing waarin we ons volgens hem bevinden (Cornelis, 1998). Het gaat primair dan meer om het ‘leiden van een beter leven, creatief’ zijn en meer zelfstandig, zelfsturend, zelfverantwoordelijk - alleen en samen - leren handelen’.

 

Ontwikkelend ouder worden door reflectie en zelfonderzoek!

‘Goed’ oud worden doe je door jezelf op vele gebieden te ontwikkelen (Baardwijk & Rosmolen, 2015; Crevits, 2016; Timmers, 2012 en 2016). Actief ontwikkelen hoort bij een betrokken, positieve en constructieve instelling en maakt je gelukkig. De nieuwe generatie wil daarom zo optimaal mogelijk presteren (Ester et al, 2008; Goldberg, 2009; Houben, 2009; Timmers, 2010; 2012; van der Zee, 2012). Niet om daarmee‘eeuwig jong te willen zijn’, maar juist om zo ‘zinvol’ mogelijk en persoonlijk zo veel mogelijk aan de samenleving bij te dragen. ‘Active ageing’ dus. ‘Niet meer moeten’ is fijn als je ouder wordt, maar kan niet het doel van de rest van je leven zijn. Voor velen straks al gauw dertig jaar na pensionering.

Regelmatig reflecteren of zelfonderzoek geeft zelfinzicht en perspectief op je toekomst. Daarbij helpt het schrijven of vertellen van ‘verhalen’ en het maken van ‘plannen’. Betekenis toekennen aan ervaringen maakt je eigen gedrag en opvattingen beter bewust. In ‘verhalen’ koppel je persoonlijke identiteitsontwikkeling aan gemeenschappelijke sociaal-culturele processen in je omgeving, de collectieve ontwikkeling. ‘Life reviews’ geven samen met biografische informatie een beeld van je persoonlijke levensgeschiedenis in relatie met die van je generatiegenoten en je bijdrage aan de collectieve ontwikkeling van hen (Westerhof & Bohlmeijer, 2010).

 

Autonoom = zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk zijn!

Voor meer zelfstandig, optimaal ontwikkelen, is de nieuwe generatie slim genoeg. Het gemiddelde opleidingsniveau is in de afgelopen decennia sterk toegenomen. Nu heeft 26% van de 55-65-jarigen een opleiding op hbo of wo niveau. In 2030 zal 41% dat niveau halen. Het gemiddelde overall-niveau is nú: mbo-plus. Laag opgeleid zijn, maar hoog scoren op zelfrespect, positieve relaties met anderen, een positieve levenshouding en het hebben van doelen in het leven, blijken qua gezondheid en levensverwachting niet achter te blijven bij de hoger opgeleiden. Een actieve leefstijl is voor iedereen haalbaar en te ontwikkelen. 'Clubs' die veervolgens met onderlinge niveau- en interesseverschillen rekening houden, zorgen voor 'ideale' samenwerkingsverbanden (Gennip, 2010; Houben, 2009). Het draagt bij aan een participatiesamenleving. “Zo begon de aandacht voor participatie als opmaat naar ‘minder verzorgingsstaat’ en een andere verdeling van collectieve en individuele verantwoordelijkheden. De vraag is wat dit gaat betekenen voor onze manier van samenleven en over welke participatieniveaus en betrokkenen we dan praten (Putters/SCP, 2014). Actief, zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk functioneren, vooral in kleinschalige ‘clubs’op lokaal-regionaal niveau, is vanaf nu de kern. We hebben daarvoor de ‘tijd’ omdat we ook gemiddeld steeds gezonder ouder worden. In 2016 worden mannen bijna 80 jaar en vrouwen 83 jaar.….

 

2016

2040

2060

Mannen

79,9

84,0

86,8

Vrouwen

83,3

87,5

90,3

Bron: Trends in Nederland in 2016 (CBS).

 

Er zijn in Nederland nu 2,6 miljoen ouderen, bijna 15% van de bevolking. Dat loopt op naar circa 4,5 miljoen mensen in 2040. Daarvan is dan de helft boven de 75 jaar (Putters/SCP, p.18). Elkaar de helpende hand, bij dat ouder worden, toesteken en iets zinvols blijven doen, is nodig. Dat maakt sociale innovatie van ‘samenwerkend leven ontwikkelen door 55-plussers’ nog meer nodig.

 

Manieren van leven combineren!
Leven kun je zien als een reis en daarin functioneer je als ‘reiziger’ en/of als ‘trekker’. Voor optimale ontwikkeling zijn beide rollen van belang. ‘Welke’ hangt af van de bedoeling (inhoud) en aard van de ‘reis’ én de ‘wijze van deelnemen’. 
Typerend voor het gedrag van reiziger is: ‘deze wil op een afgesproken tijd, op een afgesproken plaats de bestemming bereiken. Dat is het doel. De conducteur is de kaartjesknipper aan wie je iets kunt vragen, bestudeert eerst het spoorboekje en pak dan de koffer, vertrekt omdat ze mooi weer was beloofd, neemt al het mogelijke mee en merkt na afloop dat veel overbodig was, verwijt het reisbureau dat het hotel niet deugt, heeft een hekel aan regen omdat de vakantie in het water valt, neemt alleen routes die in de reisgids staan vermeld en klaagt na afloop dat de gids niet deugt’.
Typerend voor het gedrag van trekker is: ‘deze heeft een richting en is nooit op de definitieve plaats van bestemming. De reis op zich is het doel. Deze ziet de conducteur als een vraagbaak, die ook je kaartjes knipt, stopt het spoorboekje in de koffer en gaan op weg, omdat het hier regent, neemt alleen het hoognodige mee en merkt onderweg wel wat hij wil aanvullen, verwijt zichzelf dat het verkeerde hotel is gekozen, heeft een hekel aan regen omdat de route in het water valt en laat na afloop de door gekozen route in de reisgids opnemen’.

Een ‘reiziger’ kiest bewust voor een ‘blauwdruk’, een stappenplan op hoofdlijnen. Een ‘trekker’ gaat direct op stap in een bepaalde richting. Visie en missie op een bepaald gebied vormen de richting en dat kun je zó benoemen….


'Wanneer je een schip wilt gaan bouwen. Breng dan geen mensen bijeen.
Om timmerhout te sjouwen

Of te tekenen alleen.
Voorkom dat ze taken ontvangen. Deel evenmin plannen mee.
Maar leer eerst mensen verlangen naar de eindeloze zee!
'

 

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944). La Citadelle.

 
Een ontwikkelingsmodel als leidraad bij dat ‘reizen of trekken’!
Leven heeft hierbij de volgende gedragskenmerken….

Fysiek en mentaal Actief

Leven voor gezond gevoel

Zinvol Leven

**Fysiek en mentaal Actieve Leefstijl….. = midden in (en na je 65e) – vooral de lokale - samenleving (blijven) staan.
Kernpunten: (1) veel bewegen-sporten & (2) (beleven-)leren-ontwikkelen1

 

*Zelfstandig, zelfsturend en zelfverantwoordelijk handelen.














*Actief deelnemen (= beleven, leren en ontwikkelen/leren hoe te leren) aan meerdere, naar aard verschillende ‘clubs’ of netwerken: clubvorming.

*Optimaal2 ervaren (flow?) en presteren én op maat (= afgestemd op je fysieke en mentale mogelijkheden) willen presteren c.q. functioneren in een mixgroep die naar niveau en achtergrond verschillend is.
*Onderling sportgericht, optimaal en op maat presteren.
*Goed-veilig (leren) omgaan met verschillen van elkaar in mogelijkheden en interesses.

 

 

*Vele activiteiten en taken op het gebied van werk, zorg, ontspanning (zoals sport) en ontwikkeling3 . ‘Allround’ in breedte op vele gebieden.

*‘Rijke’ (voldoende, gevarieerde, in breedte en diepgang) tijdbesteding met voldoende belevingstijd voor alle betrokkenen4.
*Samenwerkend leren en ontwikkelen in 55-plus ‘clubs’ of netwerken door actieve participatie.
*Begeleidend zijn naar anderen toe en begeleid (willen) worden.

*Ontwikkelen van eigen praktijktheorie over (delen van) het ‘leven’, mede op basis van regelmatige reflectie van jezelf en met anderen samen (life review; ‘teach what you preach’).


1 Ontwikkelen is toekomstgericht en betekent investeren in en van jezelf, in de relaties met anderen, in omgevingen en in het inspireren van anderen. Het heeft zowel ‘breedte’ als ‘diepte’ en omvang. Ontwikkelen verloopt op korte termijn ‘lineair’ en op lange termijn ‘cyclisch’ en vindt op meerdere niveaus plaats. Ontwikkelen betreft ‘totaalplaatjes’ van taak- of activiteitengebieden.

2 Optimaal functioneren betekent: 1. regelmatig (dagelijks) inspanning leveren op driekwart van je persoonlijk maximaal mogelijke vermogen tot coördinatie (fysiek en mentaal); 2. in cycli van beleven, leren, ontwikkelen (of leren hoe te leren); 3. op elk gebied ontwikkelen in breedte en diepgang ofwel: allround willen zijn. Sporten is competitief en recreatief in te richten. Dat laatste is zeker voor de 55-plusser van belang.
3 Vaak een combinatie van bijvoorbeeld (mantel)zorg, werk, ontwikkeling en/of ontspanning. Het gaat om het realiseren van ‘totaalplaatjes’: volleybal, schoonhouden huis, fotografie, ….. met al mijn mogelijkheden. Mede gebaseerd op (leer)ervaringen in verleden, heden (genieten van…) en toekomst.
4 Alle betrokkenen ervaren de contacttijd als ‘met voldoende aandacht voor elkaar’. Spreiding van activiteiten en taken in de tijd. Balans in verplichte of vrije keuze en prettige of noodzakelijke activiteiten/taken. Een actieve leefstijl vereist van een 55-plusser onder andere het volgende …..
- deelnemen aan en zelf inhoud en vorm geven aan meerdere, naar aard gevarieerde 55-plus clubs, groepen, netwerken of leefgemeenschappen;
- plannen en projecten ontwerpen om structuur aan je bestaan te geven; deze hebben betrekking op werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling; tijdbesteding, tijdbeleving en tijdverdeling zijn hierbij in balans;
- relatief veel aandacht en tijd besteden aan ‘bewegen/sporten’ en ‘leren/ontwikkelen’ op meerdere gebieden tegelijk en/of na elkaar;
- ontwerpen, uitvoeren en ontwikkelen van ‘totaalplaatjes’ van activiteiten, thema's of taken (in de zin van: fysiek - mentaal; motorisch - sociaal - cognitief);
- schetsen van persoonlijke interessegebieden in ‘concepten’ en deze op basis van reflecties (en evaluaties over delen daarvan) blijven ontwikkelen;
- ontwikkelen van een persoonlijk ‘life review’ op het geheel en/of delen van je bestaan in een algemeen totaalbeeld c.q. ‘stand van zaken’; om de drie of vijf jaar reflectie en herzien.

Zie voor titels en bronnen: 
LITERATUUR . ...en voor toepassingen: CLUBVORMING