Levenskunst en een actieve, gezonde en zinvolle leefstijl
Afdrukken print contact contact lettergrootte:standaard groot

Levenskunst en leefstijl... Versie november 2018.    


Samenvatting
. Fysiek, mentaal actief, gezond (én sociaal) én zinvol leven is een kenmerkende leefstijl van de nieuwe én toekomstige generatie. Onder andere van 55-plussers. Veel bewegen & sporten én leren & ontwikkelen zijn de pijlers of fundamenten van deze leefstijl. Kenmerkend voor de aanpak is het zelfstandig-zelfsturend-zelfverantwoordelijk, alleen en/of samen in een ‘club’, optimaal en op maat (of niveau) functioneren. Dat gebeurt een leven lang op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling en vereist in elke fase van het leven een zekere ‘levenskunst’. Een voortdurend streven naar het je persoonlijk gelukkig voelen en het – in elke fase - vinden van balans in je leven.
Lees- en fundamenteel niveau 2 voor kartrekker, coördinator, leefstijlcoach en 55-plusser.


Naar een betrokken leven 
Of je nu timmerman wilt worden, vakleraar lichamelijke opvoeding of filosoof, je hebt voor al deze beroepen of activiteitgebieden een bepaalde hoeveelheid kennis en kunde, theorie en praktijk, kwaliteiten, capaciteiten of competenties nodig én dit alles zal je – al of niet gericht - ontwikkelen. Elk beroep, functie, rol of taak staat voor een ‘totaalplaatje’ dat zowel fysiek-motorische, sociaal-affectieve als cognitief-mentale inspanning vraagt. De mogelijkheden en kennis c.q. kunde vormen het persoonlijk referentiekader. Deze zijn verkregen door cycli van ‘beleven/ervaren – leren/verbeteren –  ontwikkelen/ leren hoe te leren’ en wordt bevorderd door de mate van betrokkenheid en interesse.
Een actieve (ondernemende, vitale) leefstijl, die ook op ‘gezond voelen’ en ‘zinvol leven is gericht, zorgt daarvoor met als pijlers of fundamenten : ‘leren-ontwikkelen’ en ‘bewegen-sporten’. Voor het ontwikkelingsproces is het van belang dat van positieve én negatieve ervaringen uit het verleden is geleerd, van gedrag en opvattingen in het heden wordt genoten en in de toekomst wordt geïnvesteerd. Dat zorgt voor een referentiekader met een samenhangend geheel van veelvormige en veelzijdige ervaringen op een breed gebied.


Ontwikkelen en bewegen van de mens is evolutie-biologisch en cultureel-sociaal fundamenteel van aard (Huizinga,1938; 1955; 2008; 2010; Jardine, 2011; Mulder, 2009; Sloterdijk, 2011). Onderwijs en beroepsopleidingen hebben de nieuwe generatie van de nu 55 tot 75-jarigen tot de best opgeleide (gemiddeld op mbo plus-niveau) tot nu toe gemaakt. Die kans heeft de toekomstige generatie – van de nu 35 tot 55-jarigen - ook. Het autonoom kunnen handelen en het goed omgaan met tegenstellingen (of paradoxen) speelt bij de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit een belangrijk rol (Brughmans, 2013). Persoonlijkheid is het geheel van duurzame of vaste eigenschappen waarmee iemand zich onderscheidt van anderen. Het typeert zijn of haar gedrag in verschillende situaties. Persoonlijkheidskenmerken zijn: mate van emotionele stabiliteit, extraversie, intelligentie, creativiteit, autonomie, omgaan met tegenstellingen of paradoxen, vriendelijkheid, zorgvuldigheid, deugdzaamheid, leiderschap en hedonisme (nastreven van gelukkig zijn). Persoonlijkheid is deels aangeboren, maar ontwikkelt zich ook in de loop van de tijd (Crevits, 2016). Ze wordt genetisch gevormd én krijgt vorm en inhoud door de omgeving(en). Het eigen temperament manifesteert zich in de eerste levensjaren en blijft een vrij constant gegeven gedurende de hele levensloop. Het uit zich in emotionele reacties op gebeurtenissen in de omgeving, zoals: ambitieus, volhardend, exploratief, prikkel zoekend, leed vermijdend, sociaal gericht zijn. Karakter ontstaat later in het leven en ontplooit zich onder invloed van opvoeding, opleiding, vrienden, clubs…door inzichtelijk leren en de hogere cognitieve processen. Karakter zegt iets over de ‘houding’ die men aanneemt: wie ben ik, wat doe ik, waarom doe ik dat? (Crevits, 2016, p.110-111). Karakter en temperament zijn de basis van de persoonlijkheid….. “een aggregaat van alle hersencircuits, vorm gekregen door aanleg en omgeving, en geïntegreerd in een lichaam”(Crevits, 2016, p.114). Voor persoonlijke ontwikkeling is regelmatige reflectie en/of zelfonderzoek nodig. 'Reflectie' richt zich op alles of een groot gebied wat in een bepaalde en langere periode heeft afgespeeld ('mijn bestaan in deze periode') en welke betekenis dat geheel heeft. ‘Zelfonderzoek’ is nagaan in welke mate je alles hebt begrepen, in je referentiekader hebt geïntegreerd en praktisch kunt toepassen én wat verbetering behoeft (Kleinlugtenbelt, 2009; Pot et al., 2006; Timmers 2007, 2009).

 

Ontwikkelthema’s bij het zelfonderzoek….
1 Fysieke acceptatie van jezelf en autonoom kunnen handelen met een positief gezondheidsgevoel.
2 Verbondenheid in sociale netwerken met contacten in een verschillende mate van intimiteit. Samenwerken en samenwerkend beleven, leren en ontwikkelen binnen netwerken of clubs. Maken van activerende (club)omgevingen (zie bij ACTIEVE LEEFSTIJL
Ontwikkelen van activerende omgevingen in 'clubs' voor 55 plussers )
3 Optimale zelfontwikkeling (of zelfrealisatie) door het nemen van initiatieven en jezelf ontplooien binnen verschillende omgevingen.
4 Streven naar een voor je gevoel optimale en gedoseerde tijdbesteding en tijdbeleving op verschillende momenten, waardoor (a) levenslange maatschappelijke participatie kan plaatsvinden en (b) een gevarieerd en omvangrijk geheel aan taken en activiteiten op het gebied van werk, zorg, ontwikkeling en ontspanning op de eigen mogelijkheden kunnen worden afgestemd. Beide zorgen voor een persoonlijk optimaal welbevinden. (zie bij ACTIEVE LEEFSTIJL
Optimaal op maat of niveau ervaren en presteren  ...ook na je 55e!)
5 Investeren in jezelf, in relaties met anderen, in je (leef-, werk- en woon)omgevingen en in inspirerend en gevarieerd communiceren met anderen.
6 Het creëren of ontwerpen van ‘concepten’ of ‘praktijktheorie-verhalen’, een persoonlijk consistent geheel van opvattingen over deelgebeden van je functioneren.


‘Ontwikkelen’ doe je op verschillende gebieden in een omgeving. Het is zelf-, relatie- én omgevingsontwikkeling in samenhang dat zorgt voor ‘zelfontplooiing’ (De Lange, 2008). In elke levensfase willen we onze mogelijkheden optimaal benutten en zijn we nieuwsgierig waar (steeds) onze grenzen liggen. Dat geldt ook voor een ’club’ mensen die samen willen ‘beleven, leren en ontwikkelen’ (Chopra & Tanzi, 2013).
Een actieve leefstijl floreert bij sociale contacten en bevordert – ook hierdoor – je gezondheid. Het maakt, later ion je leven, de kans op ziektes of lichamelijke beperkingen, kleiner. Dementie of Alzheimer bijvoorbeeld. Kortom….actief en betrokken deelnemen aan de samenleving maakt het leven zinvol, motiveert en activeert in zowel in fysieke, sociale als mentale zin (Chopra & Tanzi, 2013; p.40). We zijn echter wel aan onze omgevingen en mogelijkheden gebonden. Vrijheid van handelen vindt in gebondenheid plaats! Een actieve leefstijl vereist levenskunst….een zoeken naar balans tussen situatie en zelfbeeld, tussen welbevinden en beperkingen, tussen bezinning en participatie in vele sociale contacten en tot deelname aan vele activiteiten en taken op het gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning (bewegen-sporten, kunst en cultuur) én ontwikkeling. Dit is zelfverantwoordelijke zelfbepaling en levenskunst!

Actieve leefstijl en optimale levensritmes!
Het leven bestaat uit vele variërende ritmes en “…. discipline om elke dag hetzelfde te doen en de vrijheid nemen om steeds weer nieuwe taken te kiezen” (Huijer, 2015; p.9). Ritmes zijn: persoonlijke en omgevingsritmes, bio- en culturele ritmes, ritmes die samenhangen met taken of activiteiten. Met ‘(levens)kunst’ breng je daar balans in en stem je ritmes op elkaar af. Ook op die van anderen of in de omgeving. Daarin slaag je als je het gevoel hebt aan ‘alles’ voldoende aandacht (van alle betrokkenen) te kunnen besteden. Je bent ‘in balans en zorgt voor structuur in je bestaan’. Daarmee orden je de tijd (p.54) en zorg je voor continuïteit en een plezierige dynamiek (p.148).

De nieuwe generatie heeft goed begrepen dat een actieve leefstijl het beste antwoord is op een dynamische en sterk in verandering zijnde samenleving (Pot et al., 2009). Er zijn wel grote verschillen in aard, niveau en omvang van de te kiezen activiteiten en taken. Ongeveer een kwart van nieuwe generatie vertoont deze leefstijl niet, is meer volgend en op zorg en hulp (van de overheid) ingesteld (SCP, 2006). 

Het volgende ‘totaalplaatje van een actieve leefstijl’ is op ‘driekwart’ van toepassing (Timmers 2010, 2012)…..
 ‘Ik behoor tot die nieuwe generatie ouderen en ben fysiek en mentaal actief en ondernemend op het (leef)gebied van (vrijwilligers)werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling. Dat actief zijn ben ik al gedurende mijn hele leven en blijf ik ontwikkelen. Daarbij streef ik naar een evenwichtige tijdbesteding en tijdbeleving (het voor mezelf en anderen dagelijks of wekelijks voldoende geven aan een onderwerp). Naast mijn gezin, familie en vrienden, stel ik sociale contacten - met onder andere generatiegenoten - in clubs, netwerken of leefgemeenschappen, daarbij zeer op prijs. Binnen alle clubs wil ik beleven, leren en – op de langere termijn mezelf en samen met anderen - ontwikkelen. Ik probeer op veel gebieden optimaal te presteren. Het zelf en samen regelen en ontwikkelen van activiteiten, motiveert mij. Ik fungeer zelf als kartrekker of een kartrekker helpt mij daarbij. De groep doet het regelen en ontwikkelen zelf. Door takenverdelingen zorgen we voor gelijkwaardige inbreng van iedereen. We houden rekening met interesses en mogelijkheden van elkaar en proberen een samenwerkend leren en ontwikkelen te realiseren. We helpen en coachen elkaar in de regelmatige ontmoetingen. Optimaal participeren doet een beroep op je (motorisch) doelgericht en (cognitief) strategisch handelen. Het vereist een inspanning op driekwart van het persoonlijk maximaal coördinatievermogen. Dat is ‘matig intensief’. Met deze intenties is ontwikkeling in een sportclub, een studie- of ontwikkelclub en/of een hobby-/culturele club mogelijk. Het geeft ontspanning omdat de activiteit zelf en de wijze van deelnemen mij plezier geven. Dit alles gebeurt in een 55-plus club, waaraan iedereen kan deelnemen: mannen en vrouwen, met verschillen in kennis of ervaring, met goede en matige basismogelijkheden. De groep realiseert samen een (mentaal) veilige, verantwoorde en activerende leefomgeving’.

 
Levenskunst in ontwikkeling

Een actieve leefstijl hoort – zeker bij de 55-plusser – vereist een optimaal presteren én ervaren. Sociaal contact in 55-plus ‘clubs’, netwerken of leefgemeenschappen draagt in deze levensfase bij aan het ‘gezond voelen’. Het naar eigen idee voldoende gezond leven. ‘Zinvol’ is het leven als je een voldoende gevarieerd geheel aan werk-, zorg-, ontspannings- en ontwikkelingsactiviteiten uitvoert (Baars, 2007). Jezelf dus doelen stellen en persoonlijke capaciteiten (competenties of talenten) optimaal proberen te ontplooien. Samenwerkend leren en ontwikkelen bevordert dat (Derkx, 2011).. ‘Levenskunst’ is verder ....het vinden van de balans in het leven om van positieve en negatieve ervaringen in het verleden te leren ten behoeve van genieten van je leven in het heden en een willen investeren in de toekomst voor jezelf, de relaties met anderen, de omgeving en het inspireren van anderen en daardoor leren hoe problemen zijn te vermijden of op te lossen. Het gaat om het streven naar balans tussen maakbaarheid en aanvaarding én een plezierig, betrokken en zinvol leven. Een proces van zingeving binnen de ‘biografische tijd van de individuele levensloop’ en de ‘cultuurhistorische tijd en context van maatschappelijke ontwikkelingen’ (vrij naar Westerhof & Bohlmeijer, 2010, p.193).  

 

Ontwikkelen in een beroep, vak of (delen van) je bestaan vraagt om professionaliteit, vakmanschap en diepgang in reflectie met een kritische onderzoekende houding. Ontwikkelen doe je door samenwerkend leren en co-creatie van kennis en kunde. Het houdt deelnemers in elke groep of ‘club’ vitaal en scherp! ‘Knowledge by description’ (ofwel theoretische kennis) is in ontwikkelsituaties verbonden met ‘knowledge by acquintance’ (ofwel perceptuele kennis) waardoor je tot een optimaal handelen (=op maat) van een groep of individu komt (praktijktheoretische kennis). Reflectie in actie, is hiermee verwant en gebaseerd op ervaringskennis. Reflectie over de actie is terugkijken op wat er is gebeurd en het verbinden van praktijkervaringen met praktijkkennis. Samen praktijken en ervaringen delen is hierbij van groot belang en komt de overeenstemming in visie en de slagkracht van een missie ten goede (Meijlink, 2015, p.85). Het OLDACTION-concept ‘actief leven, sporten en ontwikkelen’ is op die leest geschoeid. 

  

Geluk creëren, een kunst!?
Een actieve, gezonde en zinvolle leefstijl, autonoom zijn, jezelf ontwikkelen, …..het zijn volgens Dijksterhuis (2015) dé opvattingen die een mens gelukkig kunnen maken (p.54). “Streven naar geluk is de zoektocht die ons drijft en ons hoogste doel” (p.13). ‘Geluk’ en ‘subjectief welbevinden’ zijn identieke begrippen. Een actief, gezond en zinvol leven kunnen we zelf realiseren. Het is vooral een proces, je moet er moeite voor doen en op basis van een levensvisie naar handelen. “Geluk wordt bepaald door de inhoud van ons bewustzijn, en het vergroten van het geluk doen we door de inhoud van ons bewustzijn leuker, mooier en zonniger te maken. We hebben er controle over”(p.35).
‘Op naar geluk is de psychologie van een fijn leven’ en geeft veel tips waardoor ‘geluk’ kan ontstaan. ‘Gelukkig' worden is voor veertig procent genen, tien procent omstandigheden, vijftig procent eigen gedrag en opvattingen (p.61). Leefomstandigheden veranderen, maar ‘gelukkig zijn’ niet, omdat mensen verwachtingen bijstellen. Ook armoede en moeilijke leefomstandigheden leiden niet tot een negatief zelfbeeld of een minder geluksgevoel. Voor gelukzoekers geldt: “laat ideële doelen de materialistische overheersen; investeer in jezelf, in de relaties met anderen; ontwikkel jezelf; wees actief en ondernemend in vele omgevingen; inspireer anderen; wees betrokken en zorg voor verbondenheid; zorg voor balans in tijdbesteding en – beleving: besteed aan alles wat je belangrijk vindt voldoende tijd; zorg voor optimale 'flow'- ervaringen en doe iets waar je volledig in opgaat; kies voor ‘actieve en serieuze tijdbesteding’(p.132).

“Mensen die erg gelukkig zijn hebben meestal een stimulerend sociaal netwerk, ze ondernemen dingen die veel voldoening geven en ze ervaren gemoedsrust, doen wat ze het liefst willen doen, ontplooien hun talenten en volgen hun hart”(p.134). Jezelf  ontwikkelen ontstaat uit: het invloed willen uitoefenen op anderen, het anderen willen beïnvloeden, willen presteren (uitdagingen aangaan, competent zijn) en/of willen verbinden. Het biologische of het fysiek-motorische, psychologische of cognitieve (/mentale) en het sociale/affectieve zijn de domeinen van ons ontwikkelingsbesef. Dat zorgt naast zelfbesef en omgevingsbesef voor identiteitsontwikkeling (Verkuijlen, 2010). “Doelen die intrinsieke behoeften aanspreken zoals zelfontplooiing, competentie en verbondenheid leiden tot meer geluk” (p.160). Voor de invloed van de ‘omgeving’(samenleving of cultuur) zie: Cultuur en identiteit in verandering . Dat alles samen bevordert ons subjectief welbevinden, ons geluk, en bepaalt dus ook de kwaliteit van leven (Timmers, 2012; Westerhof & Bohlmeijer, 2010; p.45 en 46). Immers ….‘ervaringen die je deelt met anderen deelt of anderen mee helpt, levert een grote bijdrage aan je geluk’(p.132). ‘Wanneer eenmaal basale levensbehoeften zijn voldaan, is geluk niet meer afhankelijk van welvaart maar van levensstijl! Zo kun je in en met 55-plus clubs, netwerken of leefgemeenschappen erg gelukkig zijn en leef je misschien ook langer (p.227).  

 

Dimensies van subjectief welbevinden 

Subjectief welbevinden is hetzelfde als je - in een bepaalde mate - ‘gelukkig voelen’ (Dijksterhuis, 2015). De eerste dimensie is het fysiek of motorisch welbevinden (Timmers, 2009, 2010). Alle functies zijn op elk niveau in een bepaalde mate uit te voeren. Het allround of relatief ‘breed’ willen functioneren op vele gebieden (sport, dagelijks bewegen, kunst,…) is uitgangspunt. De kwaliteit van het functioneren is afhankelijk van fysieke én mentale coördinatie (bijvoorbeeld: strategisch handelen). 

*Communicatieve of tot omgang uitnodigende functie – Bewegen om gezellig met elkaar bezig te zijn – Samenwerkend leren.
*Exploratieve of ontdekkende functie - Bewegen om avontuur en spanning te beleven Onderzoeken, exploreren, actief ondernemen.
*Comperatief-productieve of vergelijkende functie – Bewegen om te presteren voor jezelf – Vergelijkend presteren met anderen in een wedstrijdje – Energiek of vitaal zijn op basis van goede en voldoende voeding.   
*Adaptieve of aanpassende functie – Bewegen om fit te worden of fit te blijven – Optimaal presteren, afgestemd op de eigen mogelijkheden.
*Expressief-representatieve functie – Bewegen om te showen – Jezelf presenteren - Lichaamsverzorging. 
*Impressieve of invoelende functie – Bewegen om te bewegen – Belevingsvol ondergaan (in ‘flow’ komen) of empathie of intimiteit kunnen tonen.

Kies taken of activiteiten op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling op basis van interesse of noodzaak. Kies vrij of verplicht. Het bepaalt je tijdbesteding.
De tijdomvang per activiteit hangt af van wat jezelf en anderen als ‘voldoende’ beleving ervaren.

Taken en activiteiten vervullen bepaalde functies voor je, hebben een bepaalde betekenis of bedoeling. Een functie motiveert je om een bepaalde reden tot deelname.
Het vervullen van taken en het uitvoeren van activiteiten vragen voldoende lichaamsbesef, het kunnen uitvoeren van alle grondvormen van bewegen en gezond willen leven in het algemeen.

 

 

Westerhof & Bohlmeijer (2010, p.76) beschrijven zes dimensies van het psychologisch c.q. mentaal of cognitief welbevinden. De toelichting is bewerkt.         

 

Doelgerichtheid

 

 

Persoonlijke ontwikkeling

 

 

 

 Autonomie

 

 

Omgevingsbeheersing

 

 

 

Zelfacceptatie

 

 

 

 

Positieve relaties

Plannen en doelen hebben; gevoel van richting in het leven; ervaring van zinvolheid in heden en verleden; een beeld hebben van de toekomst van je leven.

Gevoel van voortgaande ontwikkeling; perceptie van de eigen persoon als zich ontplooiend en ontwikkelend; openheid voor nieuwe ervaringen; gevoel van realisatie van de eigen mogelijkheden; verandering in de richting van meer zelfkennis en effectiviteit.

Zelfbepaling en onafhankelijkheid; in vrijheid kunnen kiezen hoe te denken en te gedragen; gedragsregulatie van binnenuit; zelfbeoordeling aan de hand van persoonlijke maatstaven.

Gevoel van beheersing hebben en de omgeving voldoende kunnen beïnvloeden c.q. kunnen aanpassen aan de eisen; controle over een complex geheel van activiteiten; effectief gebruik maken van de mogelijkheden van een omgeving.

Positieve attitude ten opzichte van zichzelf; herkenning en acceptatie van verschillende kanten van de eigen persoon inclusief positieve en negatieve eigenschappen; positief gevoel over het verleden, heden en het verloop van het eigen leven.

Warme, vertrouwensvolle relaties met anderen; bezig zijn met het welzijn van anderen; capaciteiten voor empathie, affectie en intimiteit; begrip voor geven en nemen in menselijke relaties.  

 

Westerhof & Bohlmeijer (2010, p.85) beschrijven vijf dimensies van het sociaal welbevinden. De toelichting is bewerkt.

 

Sociale acceptatie

 

Sociale actualisatie

 

 

Sociale contributie

 

 


Sociale coherentie

 

 

Sociale integratie

Positieve houdingen ten opzichte van mensen; anderen erkennen en in het algemeen mensen accepteren.

Bijdragen aan en verwachten dat de samenleving zich op een positieve manier ontwikkelt; verwachten dat de samenleving zich in positieve richting kan ontwikkelen.

Het gevoel hebben dat je in elke levensfase iets waardevols aan de samenleving hebt te bieden; verwachten dat je dagelijkse activiteiten worden gewaardeerd in de gemeenschap.

Een sociale wereld waarnemen die je begrijpt, logisch en grotendeels voorspelbaar is; zorgen voor en geïnteresseerd zijn in de samenleving en de omgeving.

Deel voelen van een gemeenschap; ervaren dat je behoort bij, wordt ondersteund door en zaken deelt met jouw gemeenschap. 

 

Een hogere sociaaleconomische status (qua opleiding en sociale en maatschappelijke participatie) blijkt samen te gaan met meer welbevinden op alle dimensies.

 

Een ‘life review’ als reflectie en verantwoording van het bestaan!

Wat is de zin van het leven? Wat is je bijdrage aan de samenleving? De cultuur of samenleving is voor de mens zijn of haar context. Betekenistoekenning of zingeving plaatst (de voor jou) belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in een bepaald perspectief. De kern van levenskunst is de individuele en gedeelde zingeving(Westerhof & Bohlmeijer, 2010, p. 154; Dohmen & Baars, 2010). 
Regelmatige, herhaalde reflectie op bestaan en ontwikkeling, geeft zelfinzicht (Korthagen, 2002). Het waarderen van c.q. het betekenis toekennen aan ervaringen, gebeurtenissen en ontwikkelingen, maakt je bewust van het gedrag van jezelf, van anderen én van de opvattingen die je belangrijk vindt. Het verscherpt je perspectief op verleden, heden en toekomst en zowel de specifieke als algemene ontwikkeling(en).
Specifiek’ zijn de ontwikkelingen op het gebied van werk, zorg, ontspanning en ontwikkeling (op die drie daarvoor genoemde gebieden) en per periode of fase in je leven. ‘Algemeen’ is je ‘visie en missie’ op … (bepaalde gebieden van) je bestaan. Zoals jouw of onze invulling van de sociale innovatie van de 55-plusser op het gebied van ‘Sport & Leefstijl’. In ‘verhalen’ koppel je de eigen identiteitsontwikkeling aan gemeenschappelijke sociaal-culturele processen in je omgeving (Bohlmeijer & Westerhof, 201). Deze ‘life reviews’ vormen samen met een biografie je persoonlijke levensgeschiedenis én van de jou bekende generatiegenoten in een bepaalde tijdperiode (Westerhof & Bohlmeijer, 2010, p.348). Ze geven een verantwoording van keuzes, de resultaten daarvan en dienen ter ‘lering’ (en misschien ok wel ‘vermaak’). Een 'life review' zorgt voor een reorganisatieproces, waarbij alle voor jou belangrijke ervaringen de revue passeren en deze opnieuw worden gewaardeerd binnen het perspectief van je levensloop tot nu toe. Het maakt je 'wijs, geeft richting aan en draagt bij aan de kunst om ‘goed’ te leven. Met het Life Review én een biografie maak je de balans van je leven op (Westerhof & Bohlmeijer, 2010). Reflectie op zingeving, maakt dat  essentiële leerervaringen worden herkend en erkend en geven opvattingen over het bestaan persoonlijke betekenis. Het biedt een eigen levensconcept of levensverhaal over hoe je tot nu toe hebt gehandeld. Je koppelt je eigen identiteit aan de ervaren – en dus betekenisvolle - sociaal-culturele processen. Daarmee kun je anderen zelfs inspireren of op z’n minst op bepaalde ideeën brengen. Zo is ook ons OLDACTION-concept van ‘actief leven, sporten en ontwikkelen’ bedoeld.


Voor literatuurannotaties zie
LITERATUUR